Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 8.

Voor- en Vroegschoolse Educatie

Onderdeel van Subsidieregeling gemeente Oldebroek 2024

1.. Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het signaleren en bestrijden van taal- en ontwikkelingsachterstanden bij kinderen in de leeftijd van 2-6 jaar in de gemeente Oldebroek met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand. De activiteiten leveren hiermee een bijdrage aan de doorgaande leerlijn. De activiteiten dienen te worden uitgevoerd door instanties die voldoen aan de volgende voorwaarden: de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) activiteiten worden uitgevoerd conform het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2022-2026 en wettelijke regelgeving; Elk jaar in oktober worden de resultaten van de VVE-trajecten met de gemeente gedeeld; Specifiek voor de voorschool en/of voorschoolse voorzieningen: per jaar voert de voorschool minimaal 3 oudergesprekken over de uitvoering van de VVE, de ontwikkelingen van het kind en de rol en participatie van ouders in de VVE; de voorschool heeft tweejaarlijks overleg met het CJG over signalering en toeleiding; de voorschool draagt zorg voor een warme overdracht naar de basisscholen met daarbij (met toestemming van de ouders) alle beschikbare informatie van de voorschoolse periode; de voorschoolse voorzieningen evalueert elk jaar de kwaliteit en resultaten van VVE, verbetert en borgt en rapporteert hierover kort in het jaarverslag aan de gemeente Oldebroek en; de voorschoolse voorzieningen werkt met het programma TripleP voor positief opvoeden, de verwijsindex en de meldcode kindermishandeling; het kind met VVE-indicatie bezoekt minimaal 16 uur (vanaf de leeftijd van 2,5 jaar) per week de VVE-activiteiten om mee te kunnen tellen in de subsidie. 2.. Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan voor- en vroegschoolse instanties. 3.. Hoogte van de subsidie De subsidie is gebaseerd op de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE), Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de beleidsregel Voor- en Vroegschoolse Educatie; De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de ingediende aanvraag, begroting en het beschikbare subsidieplafond; De berekening van de subsidie voor de voorschool is als volgt: Groepsfinanciering: De extra kwaliteit die voor de uitvoering van VVE op een VE-groep moet worden geboden, wordt per groep gefinancierd. Groepsfinanciering is een jaarlijks bedrag per groep op basis van het aantal peuters op de groep en het aandeel doelgroeppeuters daarbinnen. Subsidie per kind per jaar: Peuters van ouders die geen kinderopvangtoeslag (KOT) kunnen aanvragen: 640 uur x maximale uurtarief kinderopvangtoeslag – ouderbijdrage voor 8 uur per week (volgens VNG adviestabel ouderbijdrage 2024) Peuters van ouders die kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen: Voor de eerste 8 uur VVE dient de ouder kinderopvangtoeslag aan te vragen. De uren die boven op deze 8 uur komen (tot in totaal max. 8 uur), zijn voor rekening van de gemeente. Hiervoor wordt het maximale uurtarief voor kinderopvangtoeslag vergoed. Inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie (PMB VE): Bij de aanvraag geeft de kinderopvangorganisatie het aantal te verwachten geïndiceerde peuterplaatsen op peildatum 1 januari op. Daarbij moet de PBM VE voldoen aan de hiervoor gestelde eisen in de wet (Staatsblad 2019, 315). Voor deze activiteit bedraagt de maximale subsidie € 400,00 per geïndiceerde peuterplaats op peildatum 1 januari 2024. De berekening van de subsidie voor de vroegschool is als volgt: Subsidie voor ondersteuning van taalactiviteiten op de basisscholen wordt verdeeld op basis van het aantal leerlingen met een VVE-indicatie. De peildatum hiervoor is 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd. Het hiervoor gereserveerde bedrag zal worden gedeeld door het aantal vve kinderen op de vroegschool. 4.. Verplichtingen Het college kan in de verleningsbeschikking verplichtingen opleggen. 5.. Verantwoording Voorschoolse voorzieningen dienen na het subsidiejaar de volgende verantwoording aan te leveren voor het definitief vaststellen van de subsidie: Een inhoudelijk jaarverslag: met een beschrijving van de uitgevoerde activiteiten, het aantal bereikte kinderen en waar in ieder geval wordt beschreven hoe voldaan is aan de onder 1 genoemde activiteiten en welke ontwikkeling is doorlopen en gewerkt is aan de kwaliteit in de VVE in het subsidiejaar; Een financiële verantwoording over de ontvangen subsidiegelden: groepsfinanciering: wordt vastgesteld op het jaarlijks bedrag per groep op basis van het aantal peuters op de groep en het aandeel doelgroeppeuters daarbinnen. subsidie per kind per jaar: het aantal bereikte kinderen met een afrekening van het daadwerkelijk afgenomen uren, waarbij rekening wordt gehouden met de ontvangen ouderbijdrage. Inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie (PMB VE): vindt plaats op basis van het daadwerkelijk aantal geïndiceerde peuters op peildatum 1 januari 2024. De subsidie voor de vroegschool wordt direct vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel