De ondergrond van Achtkarspelen wordt gevormd door drie verschillende bodemtypes, namelijk:
1. Dekzand-en keileem
Voor het natuurlijk landschap van Achtkarspelen waarmee wij als mens nu te maken hebben is voornamelijk de basis gelegd tijdens de voorlaatste ijstijd (250.000-120.000 jaar geleden). Tijdens deze ijstijd is het plateau (natuurlijk opgehoogd landschap) gevormd waar de gemeente zich nu op bevindt. Het plateau bestaat uit keileem (een bodemlaag bestaande uit stenen, grind, leem en zand) dat vervolgens afgedekt werd door dekzand. Dit dekzand en keileemlandschap is voornamelijk aanwezig aan de west- en zuidzijde van de gemeente bij Augustinusga, Drogeham, Surhuizum, Kootstertille, Buitenpost en Twijzel. Deze dorpen liggen op de natuurlijk gevormde verhogingen in het landschap. De zogenoemde dekzanden keileemruggen.
2. Veenlandschap
Toen 10.000 jaar geleden de laatste ijstijd ten einde kwam, werd het warmer en vochtiger in Nederland. Hierdoor raakte, onder andere, Achtkarspelen bedekt met bossen. Door de stijgende temperatuur steeg ook de zeespiegel en daarmee het grondwaterpeil. De vegetatie kon maar moeilijk afgebroken worden door de vochtige omstandigheden en zo ontstond er een laag met vruchtbaar organisch materiaal dat wij nu veen noemen. Het laagveenlandschap is terug te vinden in het midden en oosten van de gemeente, waar de zogenaamde Mieden liggen (Hamster-, Twizeler-, Reahelster-, Bûtenposter-, Izer- en Surhuzumermieden). Het hoogveen in het zuiden en noordwesten van de gemeente is tot het zand toe afgegraven en verdwenen. Deze afgravingen hebben voornamelijk in de 17e en 18e eeuw plaatsgevonden waardoor er in Achtkarspelen enige economische activiteit plaats had gevonden. Dit heeft daardoor ook gezorgd voor het ontstaan en de groei van een aantal dorpen.
Figuur 16: Buitenpost
Pingo ruïnes (pingo’s)
Uit de periode van de laatste ijstijd (grofweg 13.000 jaar geleden) stammen ook de pingoruïnes. Een zeer uniek verschijnsel dat alleen in Nederland alleen in Noord Nederland voorkomt. In grote concentraties zijn deze ‘pingo’s’ aanwezig in Achtkarspelen. Dit zijn simpel gezegd kratervormige ‘kuilen’, met daar omheen een wal. Deze kuilen zijn door de tijd opgevuld met water, zand en/of vegetatie. Mede hierdoor (en door aantasting van de ruïne voor gebruiksdoeleinden zoals landbouwgrond) zijn ze nu niet altijd even duidelijk meer met het blote oog zichtbaar in het landschap. Dit zeldzame aardkundige verschijnsel wordt nu gezien als een belangrijk geologisch monument met daarnaast ook archeologische waarde, omdat er vaak langs de wallen prehistorische bewoningssporen worden aangetroffen. Ook de vegetatie in de pingoruïne is als het ware een bodemarchief van alle soorten vegetatie die door de eeuwen aanwezig is geweest en (mogelijk) geheel verdwenen. Veel pingoruïnes zijn echter door de jaren heen gedempt voor de landbouw. Pingoruïnes zijn voornamelijk nog te vinden in het noordwestelijke deel van de gemeente tussen Twijzelerheide en Harkema.
Figuur 17: Voorstelling ontstaan Pingoruïne (via Pingoruines.nl)
3. Het kustlandschap
Ten slotte is er nog een (klein) deel van het landschap van Achtkarspelen dat als kustlandschap wordt aangemerkt.Dit is het noordoostelijk deel van onze gemeente.
In de vroege Middeleeuwen (500 – 1000 na Chr.) is de zee via de brede dalen het land ingedrongen en ontstonden er geulen, waaruit riviertjes als de Lauwers en de Âlde Ryd zijn ontstaan. Door stormvloeden breidde het getijdebekken van de Lauwerszee zich sterk landinwaarts uit. De zee sleet diepe geulen uit tot ver in het oude veenlandschap en zette zeeklei af. Grote delen van het veen werden opgeruimd.
De ÂldeRyd en de Lauwers
Van de Âlde Ryd is weinig meer over, alleen het deel tussen de Trekwei en de Lauwers is nog aanwezig. De rivier liep oorspronkelijk van Schalkendam (ten noordoosten van Gerkesklooster) via de huidige Dykhústerwei en Âlde Dyk naar Kootstertille. Door kleiafzetting is het stroompje dichtgeslibd. Later toen het riviertje met zware, kalkarme knipklei opgevuld was, kwam de oorspronkelijke rivier hoger te liggen dan het omliggende, ingeklonken veenlandschap. Daardoor ontstonden de Âlde Dyk tussen Kootstertille en Buitenpost en de Dykhústerwei tussen Buitenpost en Gerkesklooster. Deze verhoging in het landschap, die inversie wordt genoemd, is nog duidelijk waar te nemen in het gebied ten noorden van de Dykhústerwei, dat daarom ook wel de Diken wordt genoemd. Hier was de Âlde Ryd een behoorlijk brede rivier. Ook de Lauwers is dichtgeslibd. Ten oosten van de oorspronkelijke rivier ontstond een nieuwe waterloop. De Âlde Ryd en de Lauwers hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Achtkarspelen. Langs de beide rivieren ontstond de eerste bewoning van Achtkarspelen.
Figuur 18: Bodemkaart Achtkarspelen: In het noordoosten zee- kleigronden met de stroombeddingen van de Lauwers en de Âlde Ryd. Tussen de beide rivieren veengronden en in het midden en het zuiden pod¬zolgronden, dat wil zeggen humusrijke grond op gelig dekzand. Rondom Eestrum liggen enkeerd-gronden, waar de humu- slaag nog veel dikker is (bron: Achtkarspelen-Zuid/Eestrum van Mol, Noomen en Van der Vaar)
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1
De bodem van Achtkarspelen
Onderdeel van Erfgoednota Achtkarspelen