Begeleiding regulier richt zich met name op ondersteuning bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Dit hangt nauw samen met de ondersteuning die is gericht op behoud of verbetering van zelfredzaamheid. Bij begeleiding regulier gaat het niet om overname van taken, maar om het functioneren van de inwoner met de stoornis. Het vinden van een goede manier van omgaan met de beperking/stoornis en het optimaliseren of optimaal leren benutten van eigen mogelijkheden, waardoor de inwoner zijn functioneren verbetert en weer kan meedoen in de samenleving.
Begeleiding regulier bestaat uit:
Activiteiten gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en participatie;
Het ondersteunen bij of het oefenen met en aanleren van vaardigheden of aansturen van algemene dagelijkse levensverrichtingen (hierna: ADL);
Het ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van (dag)structuur of het voeren van regie, waaronder vaardigheden in zelfregelend vermogen;
Het aansturen van gedrag.
Specifiek gaat het om:
Begeleiden in verband met tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen (dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken, beheerszaken regelen, communicatie, sociale relaties);
Begeleiden bij sociaal-emotionele/psychische problematiek die samenhangt met de problematiek die de zelfredzaamheid en participatie beperkt;
Begeleiden bij de opbouw en onderhoud van een sociaal netwerk en contacten met als doel zelfredzaamheid;
Begeleiden bij het toepassen en inslijpen van aangeleerde vaardigheden en gedrag in het dagelijks leven door herhaling en methodische interventie.
Begeleiding regulier heeft altijd een doel. De reguliere begeleiding vindt plaats op geplande momenten én waar nodig met behulp van digitale middelen via extra contactmoment(en) op afstand waarbij de privacy van de inwoner is geborgd. Begeleiding kan daarnaast ondersteund worden door gebruik van digitale middelen als WhatsApp, Facetime, of andere vormen van digitale contacten. De inzet van digitale middelen mogen geen volledige vervanging worden van face to face contact bij de inwoner.
2.6.1.1 Doelgroep
Inwoners met psychische- en psychosociale klachten, niet aangeboren hersenletsel (NAH), een psychiatrische aandoening of beperking, psychogeriatrische aandoening/beperking, verstandelijke beperking, lichamelijke of zintuiglijke beperking, of een combinatie daarvan, met beperkingen op het terrein van- of knelpunten met:
sociale redzaamheid;
psychisch functioneren;
bewegen en verplaatsen;
geheugen en oriëntatie;
probleemgedrag.
De hulpvraag heeft o.a. de volgende kenmerken:
De problematiek komt veelal voort uit een aandoening zoals hierboven beschreven;
Er is sprake van langdurig tekortschietende zelfregie.
De inwoner heeft ondersteuning nodig op één of op meerdere levensgebieden.
De inwoner heeft redelijk tot matig inzicht in de eigen beperkingen zodat een bepaalde verantwoordelijkheid genomen kan worden door inwoner zelf.
Onverwachte hulpvragen zijn planbaar en uitstelbaar tot volgende contactmomenten.
2.6.1.2 Instructie voor meerdere inwoners
Veel begeleiding vanuit de Wmo gebeurt op individuele basis. Wanneer een aanbieder begeleiding biedt en merkt dat de doelstellingen waaraan gewerkt wordt met de inwoner ook, of misschien zelfs beter, samen met meerdere inwoners kan plaats vinden, dan staan de gemeenten daar positief tegenover. Als instructie wordt geboden aan meerdere inwoners samen dan zijn hierop de volgende voorwaarden van toepassing:
De instructie wordt aan maximaal 3 inwoners tegelijkertijd geboden;
De instructie wordt geboden in een setting die toegankelijk en veilig is voor inwoners en waarbij iedere inwoner de aandacht krijgt die hij of zij nodig heeft;
Bij de inrichting van het contract c.q. de werkafspraken wordt de wijze van registratie/monitoring vastgelegd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.6
Artikel 2.6.1
Begeleiding individueel regulier
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2024