Het college ziet gedeeltelijk af van terugvordering, als het college een belangrijk aandeel heeft gehad in het ontstaan van de vordering. Het college beperkt de terugvordering tot:
a. 75% van de vordering, als het aandeel van het college aan het ontstaan van de vordering kleiner is dan het aandeel van de inwoner;
b. 50% van de vordering, als het aandeel van de gemeente aan het ontstaan van de vordering vergelijkbaar is met dat van de inwoner;
c. 25% van de vordering, als het aandeel van het college aan het ontstaan van de vordering groter is dan het aandeel van de inwoner;
d. 0% van de vordering, als het aandeel van het ontstaan van de vordering volledig te wijten is aan de gemeente.