Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.1

Richtlijnen

Onderdeel van Beleidskader voor projectmatige ontwikkeling van tijdelijke woningen

Het plan past in de omgeving, zodat het bijdraagt aan zijn context en de architectuur sluit hierop aan. Er is ruimte op de locatie voor sociale ontmoeting, zoals een collectieve groene ruimte ten behoeve van verblijfskwaliteit denk bv aan een eetbare tuin/ kruidentuin, plek voor een bankje of een plek voor BBQ. De bebouwing heeft een permanente kwaliteit. Maak de woningen duurzaam en laat ze voldoen aan het bouwbesluit. Maak de woningen energieneutraal, bijvoorbeeld met een warmtepomp systeem en zonnepanelen op het dak. Naast de bebouwing is er ook landschap gemaakt. Plaats de auto bijvoorbeeld aan de rand en voorzie deze van grastegels. Maak het parkeren compact geconcentreerd, uit het zicht. Geen armoedig of kwalitatief slecht materiaal gebruik. Geen zee-container uiterlijk. De inrichting vormt samen met de bebouwing een zorgvuldig ontworpen en prettige leef- en woonomgeving. Ook na het verstrijken van tijdelijkheid, dienen de materialen en bebouwing zoveel als mogelijk elders toepasbaar te zijn (circulair). Hanteer de CROW parkeernorm. Afvalinzameling: houd rekening met de afvalbakken en situeer hiervoor een verzamelplek. Bestrating: bij aanpassing van de inrichting van de openbare ruimte, als gevolg van deze ontwikkeling, wordt verwezen naar het Programma van Eisen ‘inrichting openbare ruimte’ en het Handboek Openbare Ruimte (HOR) van gemeente Lopik. Het gaat hier onder andere om het toepassen van de juiste bestratingsmaterialen. Openbare verlichting: indien de openbare verlichting aangepast moet worden, zal hierover afgestemd moeten worden met de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel