Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.6

Onteigening

Onderdeel van Nota grondbeleid 2024

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ook de regelgeving voor onteigening gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen behelzen: Er geldt niet langer onderscheid in de onteigeningstitels. Er geldt een uniforme procedure ongeacht het doel van de onteigening en ongeacht het bevoegd gezag; Het onteigeningsbesluit wordt niet meer door de Kroon, maar door de gemeente zelf genomen; De onteigeningsbeschikking wordt ter bekrachtiging voorgelegd aan de bestuursrechter; De eigendomsontneming wordt niet meer door de civiele rechter uitgesproken. De rol van de civiele rechter wordt beperkt tot vaststelling van de schadeloosstelling als hierover een geschil bestaat. Onteigening: veranderingen Ad 1. De Onteigeningswet is voor het grootste deel vervallen en de regels zijn overgegaan in de Omgevingswet. De onteigeningscriteria worden daarmee wettelijk vastgelegd. Het onteigeningsplan moet worden onderbouwd aan de hand van aan de locatie toebedeelde functies. Het omgevingsplan, de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en het projectbesluit kunnen de grondslag zijn van het onteigeningsbelang. Alle onteigeningen in de Omgevingswet volgen dus dezelfde procedure. Ad 2. De gemeenteraad neemt onder de Omgevingswet de onteigeningsbeschikking. De raad hoeft niet meer aan de Kroon te verzoeken een koninklijk besluit te nemen. Belanghebbenden kunnen hun zienswijze bij de gemeenteraad indienen. Ad 3. Nieuw is dat de onteigeningsbeschikking moet worden bekrachtigd door de bestuursrechter. De rechtsbescherming door de bestuursrechter is daardoor altijd verzekerd. En de rechter is bij alle onteigeningen betrokken. Er is hoger beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspaak van de Raad van State. De onteigenings- en schadeloosstellingsprocedure worden afzonderlijk doorlopen. De onteigeningsprocedure is bestuursrechtelijk van aard. De schadeloosstelling wordt vastgesteld in een verzoekprocedure bij de burgerlijke rechter. Ad 4. De rechtbank spreekt niet langer de onteigening uit waarna het vonnis wordt ingeschreven maar de notaris maakt een onteigeningsakte en schrijft deze in de openbare registers. Door deze inschrijving gaat het eigendom over naar de onteigenaar.

Rechtspraak bij dit artikel