Er wordt onderscheid gemaakt tussen een tarief voor ondersteuning uit het sociale netwerk van de inwoner (non-professionele ondersteuning), ondersteuning geleverd door een ter zake kundige zzp-er en ondersteuning die via een instelling wordt geleverd. De zorgverlener dient in het geval van een pgb een Verklaring omtrent Gedrag te kunnen overleggen.
Non-professional: ondersteuning die wordt verleend door personen die niet beroeps- of bedrijfsmatig ondersteuning verlenen. Ondersteuning door iemand binnen dezelfde leefeenheid of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt wordt altijd als non-professionele ondersteuning beschouwd.
Zzp-er: ondersteuning die wordt verleend door een persoon die beroepsmatig gekwalificeerd is de betreffende ondersteuning te leveren, hier relevante diploma’s voor heeft en bij de kamer van Koophandel staat geregistreerd als zelfstandige, eenmansbedrijf of freelancer.
Professionele hulp als zzp-er kan niet geleverd worden door familie, te weten in de eerste of tweede graad, echtgenoot, geregistreerd partner of een andere levensgezel van de budgethouder, met name wegens het ontbreken van professionele afstand. In die gevallen wordt de hulp als niet-professioneel (informeel) gezien.
Instelling: ondersteuning die wordt geleverd door gekwalificeerd personeel dat in loondienst is bij een erkende zorginstelling.
Het persoonsgebonden budget voor maatwerkvoorzieningen dient in beginsel vergelijkbaar te zijn met een voorziening in natura. Het college mag een lager pgb-tarief hanteren dan de tarieven voor een voorziening in natura, wanneer vaststaat dat dit lagere tarief toereikend is om de benodigde ondersteuning in te kunnen kopen. Dit geldt ook voor een tweedehands voorziening.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.4
Omvang persoonsgebonden budget
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Leiderdorp 2024