Om grondwateroverlast tegen te gaan worden de volgende type maatregelen onderscheiden:
ophogen van het maaiveld;
aanleggen van extra oppervlaktewater;
bouwtechnische maatregelen;
treffen van grondwater technische maatregelen.
Ad 1. Ophogen van het maaiveld
Bij nieuwbouw en binnenstedelijke renovatieprojecten kan het betreffende terrein worden opgehoogd. Hierdoor neemt de ontwatering toe en vermindert de kans op grondwateroverlast.
Ad 2. Het aanleggen van extra oppervlaktewater
Door het aanleggen van nieuwe waterlopen of vijvers verbeteren de afwaterings- en ontwateringsmogelijkheden in een wijk. Daarnaast nemen hierdoor de mogelijkheden voor afkoppelen toe. Ook kan open water worden gebruikt voor bluswater.
Ad 3. Bouwtechnische maatregelen
Indien de woningen voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit zal een geringe ontwateringsdiepte niet leiden tot vochtoverlast in het pand. De meest voorkomende bouwtechnische maatregelen zijn:
het dampdicht maken van de begane grond vloer;
het injecteren van bouwmuren om optrekkend vocht tegen te gaan;
het isoleren van de kruipruimtebodem, bijvoorbeeld met schelpen.
Ad 4. Treffen van grondwater technische maatregelen
Om de ontwatering in bestaand stedelijk gebied te verbeteren, kunnen in het openbaar gebied grondwater technische maatregelen worden uitgevoerd. Gedacht kan worden aan drainagesystemen (horizontale, verticale), gecombineerde drainage infiltratiesystemen, grindpalen, grondverbetering, et cetera.
Ook kan gedacht worden aan het wijzigen van (regionale) grondwateronttrekkingen, zoals van Vitens. Of aan een peilverlaging in het oppervlaktewater, hierdoor wordt de drainagebasis verlaagd. De watergang voert dan meer grondwater af. Daarnaast is het oppervlaktewaterpeil vaak bepalend voor het laagst haalbare ontwateringsniveau van drains. Door een peilverlaging kunnen drains in de wijken op een lager niveau ontwateren.
Bij renovatie- en herstelprojecten dienen panden conform het Bouwbesluit water- dicht gemaakt te worden. Nadat bouwtechnische maatregelen zijn uitgevoerd kan de grondwaterstand natuurlijker gaan fluctueren zonder dat dit tot wateroverlast in de panden hoeft te leiden. Dit zijn over het algemeen duurzame maatregelen. Veelal zijn, aanvullend ten opzichte van maatregelen in de openbare ruimte, bouwtechnische maatregelen nodig bij panden die lager liggen dan de wegen. Of bij panden die zich op grote afstand van de openbare ruimte bevinden. In dergelijke situaties zijn maatregelen in het openbaar gebied vaak niet doeltreffend voor de wateroverlast bij de desbetreffende panden.
Het uitvoeren van bouwtechnische maatregelen is een taak van de eigenaar van het pand en wordt daarom in dit gemeentelijk plan niet verder behandeld.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4.
Artikel 3.4.1
Mogelijke maatregelen tegen grondwateroverlast
Onderdeel van Grondwaterbeleidsplan gemeenten Scherpenzeel en Woudenberg