De gemeente voert alleen grondwatermaatregelen uit in de openbare ruimte.
Bij de keuze van maatregelen wordt niet alleen gekeken naar de aanlegfase, maar ook naar de beheer- en onderhoudsfase. Dit geldt ook voor de bijbehorende kosten. Maatregelen zijn duurzaam: robuust, met een lange levensduur en beperkt onderhoud.
Om in bestaand stedelijk gebied en voor te ontwikkelen stedelijk gebied grondwateroverlast te voorkomen, wordt uitgegaan van de volgende voorkeursvolgorde:
ophogen van het maaiveld;
het aanleggen van extra oppervlaktewater;
het aanleggen van grondwater technische maatregelen.
Er wordt uitgegaan van het duurzaamheidsprincipe. Duurzaam betekent in dit geval dat de bij een gebied behorende ‘natuurlijke’ hydrologische situatie bij stedelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk wordt gehandhaafd. Tevens betekent dit dat zo min mogelijk technische voorzieningen worden gebruikt om de grondwaterstand te reguleren. Het verhogen van het maaiveldniveau heeft dan ook de voorkeur boven de aanleg van drainage of het op een andere manier structureel verlagen van de grondwaterstand.
Voor de aanleg van drainage geldt dat in beginsel het grondwater onder vrij verval naar oppervlaktewater moet afvoeren, zonder toepassing van bemaling. Bemaling is namelijk niet nodig vanwege het doorgaans voldoende diepe oppervlaktewaterpeil ten opzichte van het maaiveld (drooglegging) in de gemeenten en hiermee wordt een onnodig grote afvoer van grondwater naar het oppervlaktewatersysteem voorkomen. Ook geldt voor grondwaterstandverlagingen dat het zo ondiep en verspreid mogelijk plaatsvindt, zodanig dat zo weinig mogelijk grondwater wordt onttrokken en afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat een netwerk van ondiepe (horizontale) drains de voorkeur.
In bestaand bebouwd gebied is het verhogen van het maaiveld of het aanleggen van extra open water vaak lastig realiseerbaar, zeker op korte termijn. Dit neemt niet weg dat per project de mogelijkheden hiervan moeten worden nagegaan. Indien deze maatregelen niet mogelijk zijn, is de gemeentelijke inzet om de structurele grondwateroverlast in het bestaand bebouwd gebied op te lossen via de aanleg van grondwater technische maatregelen (zoals bijvoorbeeld drainage) in openbaar gebied.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4.
Artikel 3.4.2
Voorkeursvolgorde maatregelen
Onderdeel van Grondwaterbeleidsplan gemeenten Scherpenzeel en Woudenberg