Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Parkterras - Criteria

Onderdeel van Oplegger Beeldkwaliteitsplan De Singels Skoatterwâld December 2023

Plaatsing De positie van de woning op de kavel wordt in overleg met het kwaliteitsteam bepaald. Hiervoor geldt een minimaal vastgestelde rooilijn van 4,5 tot 8 meter vanaf de westelijke erfgrens en minimaal 2 meter vanaf de zijdelingse erfgrenzen. De woning is alzijdig georiënteerd. Het streven is om goede doorzichten te maken langs de zijdelingse erfgrenzen richting het park. De woningen komen evenwijdig aan de zijdelingse perceelsgrens te staan. Hoofdvorm Maximaal 1 bouwlaag met een kap. Het dak is uitgevoerd als vegetatiedak, is beeldbepalend, en moet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Maximale goothoogte 3,5 meter. Bij voorkeur een lage goot om het dakvlak zichtbaar te maken. Maximale bouwhoogte 10 meter. De dakhelling is minimaal 10 graden en maximaal 60 graden De kapvorm is een zadeldak of lessenaars met eventueel een variatie daarop Aanzichten De bebouwing moet zo veel mogelijk opgaan in het landschap/ voortkomen uit het landschap. Het dakvlak is sterk beeldbepalend. Het dak heeft bij voorkeur een lage goot om het dakvlak zichtbaar te maken. Oriëntatie op de openbare ruimte/ landschap: dat wil zeggen dat er geen blinde gevels zijn. Extra aandacht voor de architectuur van de zuidelijke gevel van de meest zuidelijke woning en de noordelijke gevel van de meest noordelijke woning. De relatie met het landschap moet hier goed tot uitdrukking komen. Opmaak Zorgvuldige detaillering die past bij het karakter van de woning Landschappelijke uitstraling en moderne interpretaties hierop. Materiaalgebruik gevels: voornamelijk natuurlijke materialen in een gedekte/donkere kleurstelling: bijvoorbeeld zwart hout of metselwerk in een donkere aardse kleur. Het dak is uitgevoerd als vegetatiedak Zonnepanelen zijn zorgvuldig ingepast in het ontwerp en zodanig ondergeschikt waardoor het vegetatiedak beeldbepalend is. Bijgebouwen, erfafscheidingen en parkeren Bij woningen op de hoekkavels worden garages en bijgebouwen niet aan de zijde van het openbare gebied gebouwd. De aan- en uitbouwen zijn in samenhang met de woning ontworpen, bij voorkeur in de bouwmassa opgenomen en tenminste 4 m. achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw of in het verlengde daarvan gesitueerd. Maximale goothoogte bijgebouw 3,5 m. Dakhelling bijgebouwen maximaal 60 graden. De erfgrenzen zijn in principe beplant. Indien de erfafscheiding is gebouwd dan dient deze beplant te zijn met de juiste beplanting die past bij het landschap. Bijvoorbeeld met een heg of een constructie te laten begroeien met een groenblijvende klimplant De inrit/ oprit is maximaal 3 meter breed. Er worden minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Het parkeren is zoveel mogelijk uit het zicht en met groene middelen ingepast.

Rechtspraak bij dit artikel