Het gedeelte ‘Groen’ in het woord ‘Groenbeleidsplan’ omvat alle groenelementen binnen de gemeente Opmeer. Het kan gaan om parken, perken, bloembakken en bomen. Maar ook om groen op het dak of aan de gevel van een gebouw. Er is een onderverdeling te maken tussen de omgeving van de woonkernen en de landelijke omgeving van het buitengebied.
Groenelementen zijn onderdelen in de openbare ruimte bestaande uit o.a. houtachtige gewassen zoals heesters en/of bomen en kruidachtige gewassen, zoals vaste planten en grasachtigen.
In de omgeving van de woonkernen is het groen een onderdeel van de woonstructuur naast bebouwing, verharding en watergangen. Groenelementen binnen deze structuur zijn solitaire (straat)bomen, bomenrijen, vakken met heesters of gazon, vaste plantenborders, bosplantsoen, plantsoenen, parken, begraafplaatsen en sportvelden.
Buiten de woonkernen bepaalt de inrichting van het landschap de structuur. In het geval van Opmeer is dit het polderlandschap dat een agrarische inrichting heeft. Hieronder vallen ook de uitgestrekte graslanden. Dit zijn dus wel groenelementen binnen de gemeentelijke grenzen, maar ze vallen buiten het dagelijkse beheer van de gemeente. De graslanden dragen wel bij aan het groene karakter van het buitengebied. De hoofdstructuur wordt naast de agrarische verkaveling en de gemeentelijke groenelementen bepaald door de patronen van wegen en watergangen en ruimtelijke elementen als dijken en cultuurhistorische bebouwing. Voorbeelden van groenelementen in het buitengebied (al dan niet in beheer bij de gemeente) zijn: bomenlanen, erfbeplantingen, weilanden, recreatiegebieden en natuurgebieden.
Groenelementen heesters, bomen, gazon en bosplantsoen