Het college kan een vergoeding voor buitengewone kosten aan de ontheemde verstrekken.
Buitengewone kosten worden volledig vergoed voor ontheemden die niet meer inkomsten ontvangen dan 100% van de van toepassing zijnde leefgeld norm.
Indien de ontheemde een inkomen ontvangt hoger dan 100% van de leefgeld norm, gelden de draagkrachtregels zoals bedoeld in artikel 4.3, 4.4 en 4.5. van de Beleidsregels Rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023. In afwijking hiervan, moet in plaats van de bijstandsnorm, worden gelezen: de van toepassing zijnde leefgeld norm.
Onder buitengewone kosten wordt onder andere verstaan:
kosten voor reiskosten voor een verblijfsrechtelijke procedure;
kosten om acute persoonlijke medische redenen, tenzij de zorgverzekeraar deze kosten bij het CAK kan declareren op grond van de Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV) of als de kosten gedekt worden door de zorgverzekering;
reiskosten voor medische zorg in bijzondere gevallen;
reiskosten voor leerlingen die voortgezet onderwijs volgen in een Internationale Schakelklas (ISK) buiten de gemeente;
reiskosten voor leerlingen die een inspanningsverplichting hebben voor het behalen van een startkwalificatie op minimaal MBO-2 niveau en hiervoor deelnemen aan de entree-opleiding op een locatie van ROC “Firda” in de provincie Fryslân.
kosten voor de vangnetregeling uit de Wet op de lijkbezorging (Wlb): als de nabestaanden niet kunnen of willen zorgdragen voor de laatste bestemming van het lichaam of er geen nabestaanden zijn of te achterhalen zijn, draagt op grond van artikel 21 Wlb de burgemeester daarvoor zorg.
Er is geen recht op een verstrekking voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de persoon toereikend en passend te zijn.
De buitengewone kosten worden maximaal met 1 maand terugwerkende kracht verstrekt, gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn aangevraagd.
Bij het vaststellen van de hoogte reiskosten wordt uitgegaan van de kosten van openbaar vervoer. Wanneer dit niet mogelijk is dan wordt de bijstand verstrekt voor vervoer per auto voor de kortste route volgens de ANWB routeplanner. Daarbij wordt de maximale kilometervergoeding toegepast zoals opgenomen in artikel 31a van de Wet op de Loonbelasting 1964.
In gevallen waarin dit artikel niet voorziet kan worden teruggevallen op hoofdstuk 4 van de Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023.
Artikel 10.
Buitengewone kosten
Onderdeel van Beleidsregels uitvoering ROOO gemeente Noardeast-Fryslân