Het college vordert het leefgeld terug indien het ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt aan de ontheemde of zijn gezinsleden.
Invordering van de vordering, als bedoeld in het eerste lid, kan in overleg met de ontheemde plaatsvinden door het bedrag te verrekenen met het leefgeld van de volgende maand(en). Voor zover er geen leefgeld wordt ontvangen, geldt een terugbetalingstermijn van zes weken.
De ontheemde kan altijd contact opnemen voor het treffen van een betalingsregeling.
Indien de ontheemde zijn terugbetalingsverplichting niet nakomt kan het college besluiten de invordering te verrekenen met, indien van toepassing, met het leefgeld van de volgende maand(en)
Terugvordering vindt niet plaats van:
verstrekt leefgeld over de maand voorafgaand aan de intrekking;
een eventueel verschil in leefgeld dat is ontstaan door een tussentijdse wijziging, zoals bedoeld in artikel 6, lid 4.
Het college vordert alleen terug wanneer de totale vordering het drempelbedrag van maximaal eenmaal de leefgeld norm per kalendermaand overschrijdt.
Het college ziet af van terugvordering:
wanneer de vordering is ontstaan voor de datum waarop deze beleidsregels zijn gepubliceerd;
volledige of gedeeltelijke terugvordering voor de ontheemde gelet op bijzondere omstandigheden in het individuele geval leidt tot onaanvaardbare gevolgen op financieel en sociaal-maatschappelijk gebied.
Het college kan afzien van (verdere) invordering wanneer dat doelmatig wordt geacht.
Artikel 9.
Terug- en invordering leefgeld
Onderdeel van Beleidsregels uitvoering ROOO gemeente Noardeast-Fryslân