Het in artikel 2, eerste lid, bedoelde mandaat komt de gemandateerde slechts toe voor zover de uitoefening van de bevoegdheid overeenstemt met diens taken en verantwoordelijkheden binnen het domein, concernstaf, team, programma of project zoals vastgelegd in het Organisatiebesluit.
De gemandateerde kan geen gebruik maken van het mandaat als:
het college, de burgemeester of de portefeuillehouder dit kenbaar heeft gemaakt;
de aard en strekking van het besluit of een wettelijke bepaling zich tegen het verlenen van mandaat verzetten;
het een beslissing op een bezwaarschrift betreft waarbij de gemandateerde zelf het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar zich richt;
bij de beslissing op een bezwaarschrift wordt afgeweken van het advies van de commissie Bezwaarschriften;
het besluit afwijkt van een beleidsregel, een wettelijk verplicht advies, een benodigd intern advies of een overschrijding van budgetten en kredieten zou inhouden;
het een overeenkomst betreft die strekt tot zekerheidsstelling ten laste van de gemeente zoals borgtocht, garantstelling, pand of hypotheek.
een besluit voor de gemeente naar verwachting ingrijpende bestuurlijke, beleidsmatige, financiële, organisatorische en/of publicitaire consequenties krijgt of vermoedelijk kan krijgen;
op basis van artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet, voorafgaand aan het besluit inlichtingen aan de raad moeten worden verstrekt en/of de raad in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen/bedenkingen kenbaar te maken.
de gemandateerde persoonlijke betrokkenheid heeft bij het besluit.