Naar hoofdinhoud
1. Bij de toepassing van deze beleidsregels worden de volgende begripsbepalingen gehanteerd: Aansluitend terrein: terrein dat op grond van het omgevingsplan voor bebouwing in aanmerking komt. Dat kan een bouwvlak op de plankaart zijn of een (begrensd) bouwperceel waarop zelfstandige bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten Ander gebouw: een ander gebouw dan een woongebouw, zoals een schoolgebouw, ziekenhuis, winkel, hotel, kantoor of een ander gebouw, geen woongebouw zijnde; Bebouwde kom: gebieden van de bebouwde kom, zoals die zijn gelegen in de Visie Buitengebied 2.0 of zoals deze door de raad worden vastgesteld; Bouwvlak: het in het omgevingsplan door bouwgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten. Mantelzorgwoning: een bijwoning met zelfstandige voorzieningen, een zelfstandige woonruimte, levensloopbestendig, bewoonbaar door één persoon of één huishouden dat bestaat uit maximaal twee personen, zonder eigen erf, bedoeld voor intensieve mantelzorg tussen twee huishoudens (max. twee personen), waarbij de woning tijdelijk is en alleen gebruikt wordt zolang de zorg nodig is. Tevens is deze bijwoning met zelfstandige voorzieningen aangesloten op de nutsvoorzieningen van de hoofdwoning. De huisvesting ten behoeve van mantelzorg wordt binnen de bestaande bebouwing of binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken volgens het omgevingsplan, inclusief de in deze beleidsregels opgenomen afwijkingsmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken, gerealiseerd of het Besluit bouwwerken leefomgeving (vergunningsvrij bouwen ten behoeve van mantelzorg) en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Nevenruimte: een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw dat ten dienste van het hoofdgebouw staat en door zijn ligging, constructie of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Pré-mantelzorg: mantelzorgvraag zonder de aanwezigheid van een zorgindicatie vooruitlopend op een mogelijke toekomstige mantelzorgvraag; Pré-mantelzorgwoning: een mantelzorgwoning voor pré-mantelzorg. Voortschrijdende aandoening: een voortschrijdende aandoening ofwel progressieve ziekte is een chronische ziekte die steeds ernstiger wordt. Dit proces kan langzaam of snel gaan. Afhankelijk van de ziekte en haar kenmerken kan de lichamelijke, verstandelijke of psychische toestand van een persoon slechter worden. In sommige gevallen zijn er periodes waarbij de toestand stabiliseert, of zelfs wat verbetert, maar altijd zal de 'neerwaartse spiraal' vroeg of laat weer voortgezet worden. Voor sommige progressieve ziekten is een goede behandeling mogelijk waardoor dit proces kan worden afgeremd of zelfs gestopt. Voor andere van dit soort ziekten geldt dit echter niet. Voor de uitvoeringsregels pré-mantelzorgwoningen dient sprake te zijn van een voortschrijdende aandoening die op termijn tot een mantelzorgbehoefte zal leiden; Sociale relatie: er moet sprake zijn van een sociale relatie tussen de prémantelzorgbehoevende en prémantelzorgverlener waarbij in meer of mindere mate zorg voor elkaar wordt gedragen. Deze zorg wordt niet in het kader van een hulpverlenend beroep aangeboden en overstijgt de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar; Zelfstandige woonruimte: een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door één persoon of één huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals sanitair, kookgelegenheid en wasgelegenheid. 2. Voor begripsbepalingen die niet in deze beleidsregels zijn voorzien, gelden allereerst de bepalingen uit de Omgevingswet dan wel onderliggende algemene maatregelen van bestuur en vervolgens de bepalingen van het desbetreffende onderdeel van het Omgevingsplan van rechtswege. 3. Bij de toepassing van deze beleidsregels worden de bepalingen in het desbetreffende onderdeel van het Omgevingsplan van rechtswege over de “wijze van meten” toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel