Uitgangspunten bij toepassing:
als het een bijbehorend bouwwerk bij een woning betreft op het zij- of achtererf (inclusief hoeksituaties) binnen de bebouwde kom, aanvullend op de mogelijkheden van het onderdeel van het Omgevingsplan van rechtswege:
de goothoogte niet hoger wordt dan 3,2 m;
Voor percelen met een bebouwbaar erf groter dan 330 m², het bebouwd oppervlak mag niet meer dan 30% bedragen van het bebouwbaar erf uit het omgevingsplan, met een maximum van 200 m² en met een maximum van 100 m² per bijgebouw;
op percelen met een bebouwbaar erf van 1.000 m² of meer, de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 250 m², met de volgende voorwaarden:
een maximum van 100 m² per bijgebouw;
zorgen voor eigen waterberging, het gebouw mag niet aangesloten worden op de riolering;
biodiversiteitsmaatregelen;
een positief advies van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit;
moet functioneren als integraal onderdeel van het perceel.
tijdelijke uitbreiding van toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken ten behoeve van (pré-)mantelzorg, met de volgende voorwaarden:
een maximum bebouwde oppervlakte van 100 m² per mantelzorgeenheid;
een maximum bebouwingspercentage van 50% van het bebouwbaar erf;
de maximaal bebouwde oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 250 m²;
maximaal twee mantelzorgwoningen per bebouwbaar erf;
zorgen voor eigen waterberging, het gebouw mag niet aangesloten worden op de hemelwaterriolering;
de noodzaak van (pré-)mantelzorg moet worden aangetoond;
een verklaring over de gevolgen na afloop van de instandhoudingstermijn wordt ingediend door de eigenaar/eigenaren van het perceel;
direct na beëindiging van de (pré-)mantelzorg moet het tijdelijk extra gebouwde bouwwerk en/of de gerealiseerde voorzieningen worden verwijderd.
Hoekpercelen, met de volgende voorwaarden:
het moet gebouwd worden op het bebouwbaar erf uit het omgevingsplan met een maximum van 100 m² en het erf mag niet meer dan 50% bebouwd worden of;
in een vergelijkbare situatie is het zij-erf ook bebouwd.
de hoogte:
in de perceelsgrenzen niet meer gaat bedragen dan 3,2 m en van daaraf mag deze in gelijke mate met de afstand tot de perceelsgrenzen toenemen tot niet meer dan 5,5 m behoudens het bepaalde onder b;
als bebouwing aan weerszijden van de perceelsgrens aaneengesloten wordt gebouwd, mag de hoogte niet meer gaan bedragen dan 5,5 m;
de uitbreiding minimaal 3 m achter de voorgevelbouwgrens plaatsvindt;
als bestaande (legale) bijbehorende bouwwerken een bouwhoogte hebben van meer dan 5,5 meter, is deze hoogte van toepassing. Tevens gelden voor het toepassen van deze mogelijkheid de volgende voorwaarden:
de goothoogte is maximaal 3,2 meter;
bij het aansluiten op bijbehorende bouwwerken op naastgelegen percelen mag deze hoogte gehanteerd worden;
het bebouwd oppervlak op het perceel mag niet meer bedragen dan de maximale maat van het bouwvlak en de maximaal toegestane vierkante meters voor bijbehorende bouwwerken op het te bebouwen erf volgens het omgevingsplan;
als het bouwwerk in het gebied ligt dat door de minister op 19 oktober 1967 als ‘Beschermd Dorpsgezicht’ is aangewezen of ligt in een gebied met een zeer hoge cultuurhistorische waarde, moet vooraf advies gevraagd worden aan de Ruimtelijke Kwaliteitscommissie aangevuld met een monumentendeskundige;
medewerking verlenen aan bouwplannen voor bijhorende bouwwerken die met vergunning meer kwaliteit hebben dan een vergelijkbaar bouwplan zonder vergunning, met als voorwaarden:
een positief advies van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit;
als het een overkapping/carport voor de voorgevel betreft met de volgende voorwaarden:
de hoogte is maximaal 3 meter;
de afstand tot de woning is minimaal 1 meter;
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is minimaal 1 meter;
de afstand voor de rooilijn is niet meer dan 1 meter;
de afstand tot de voorste perceelsgrens is minimaal 5 meter;
de bebouwing blijft achter de bebouwingsmogelijkheden van het naastgelegen perceel;
niet gelegen binnen het gebied ligt dat door de minister op 19 oktober 1967 als ‘Beschermd Dorpsgezicht’ en gebieden waar het Beeldkwaliteitsplan van toepassing is.
II. Voor woningen met een kleine uitbouw aan de voorzijde, waarbij het dakvlak is doorgetrokken, een uitbouw aan de voorzijde toestaan, onder de volgende voorwaarden:
de ruimtelijke uitstraling blijft gehandhaafd;
de woning conform de Welstandsnota gelegen is in woongebied;
er is een positief van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit;
de uitbouw komt in één lijn met de bestaande uitbouw;
de uitbouw wordt niet plat afgedekt.
III. Als het een bijbehorend bouwwerk betreft aan de voorzijde van een ander gebouw (in de vorm van een bordes, erker, luifel of toegangsportaal) binnen de bebouwde kom:
geen steunpalen gebruiken;
volledig aan de bestaande gevel worden bevestigd (zwevend);
niet hoger dan eerste bouwlaag;
diepte tot 1,50 m;
mag hangen boven openbaar gebied, mits er privaatrechtelijke toestemming is;
moet ten minste 0,6 m van de door alle anderen dan voetgangers toegankelijke openbare ruimte vrij blijven.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2
bijbehorende bouwwerken:
Onderdeel van Beleid buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zonder bindend advies en nadeelcompensatie gemeente Eersel