De aanvraag voor een voor een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gaat naast de wettelijk voorgeschreven stukken in ieder geval vergezeld van de volgende informatie:
bewijs van eigendom van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot het doen van de aanvraag;
bouwkundige tekeningen van plattegronden van de bestaande en nieuwe situatie, voorzien van maatvoering en een situatietekening met daarop aangegeven de parkeermogelijkheden;
ruimtelijke motivering waarin op alle voorwaarden uit deze beleidsregels wordt ingegaan en, indien van toepassing, onderbouwd met rapporten van deskundigen (bijvoorbeeld geluid, natuur, parkeren);
verslag van een omgevingsdialoog.
In het besluit tot verlenen van de vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit vermeldt het college in ieder geval de volgende informatie:
het adres van het pand en het gebruik waarop de vergunning betrekking heeft;
de eventuele voorwaarden en voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.
Als voorwaarde voor medewerking wordt in ieder geval onderzocht en opgenomen dat de vergunning niet mag leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een goed woon- en leefmilieu in de omgeving van de woning waarop de aanvraag betrekking heeft. Tevens wordt onderzocht en opgenomen dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in en om de woning en er geen onevenredige afbreuk mag plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van belendende erven en bedrijven.
Het college weigert een aanvraag om een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten behoeve van woningsplitsing en/of woningdelen als:
niet voldaan wordt aan in deze beleidsregels opgenomen bepalingen;
er geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in en om de woning en er onevenredige afbreuk plaats vindt van de gebruiksmogelijkheden van belendende erven en bedrijven;
vast staat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de vergunning leidt tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een goed woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;
niet geparkeerd kan worden op eigen terrein of als het niet mogelijk is dat er extra parkeerruimte gemaakt kan worden onder conditie dat de parkeerdruk in het openbaar gebied niet onevenredig toeneemt;
het (deel van het) gebouw waarvoor de vergunning is aangevraagd niet voldoet aan geldende wet- en regelgeving zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Het college kan het besluit intrekken.
Algemene regels woningsplitsen en woningdelen (dubbele bewoning en kamergewijze verhuur)
Deze beleidsregels gelden voor alle (burger)woonbestemmingen (woning, tuin, erf), uitsluitend binnen de bebouwde kom (Wegenverkeerswet is leidend), dus niet voor bedrijfswoningen.
Splitsing, dubbele bewoning en kamergewijze verhuur van monumentale panden en woningen in een Beschermd Dorpsgezicht betreft maatwerk en is alleen toegestaan als het belang van het monument dan wel het beschermd dorpsgezicht dit toelaat en uitsluitend als er een positief advies is van de Ruimtelijke Kwaliteitscommissie en indien aan de orde de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
De nieuwe situatie dient te voldoen aan het gemeentelijk Pakeerbeleidsplan. Voor kamerverhuur moet 0,7 parkeerplaats per verhuurde kamer worden gerealiseerd, extra bovenop de parkeernorm voor de bestaande woning.
De overige regels uit het omgevingsplan (zoals bouwhoogte, diepte, oppervlakte van bijbehorende bouwwerken) blijven onverminderd van kracht.
De splitsing, dubbele bewoning en kamergewijze verhuur dient te voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening zoals die op het moment van aanvragen van de omgevingsvergunning gelden. Ook dient rekening gehouden te worden met de Wet milieubeheer (in het kader van nabijheid van bedrijven) en de Wet geluidhinder (in het kader van wegverkeerslawaai).
De na splitsing toegevoegde woningen voldoen aan de prijs-/kwaliteitsverhouding uit de gemeentelijke Verordening Doelgroepen Sociale Woningbouw Eersel. Ook de resterende woning moet tenminste voldoen aan de minimale oppervlaktemaat uit de doelgroepenverordening (gebruiksoppervlakte minimaal 50m²).
Voor nieuwbouwwoningen is splitsen toegestaan tenminste vijf jaar na oplevering.
Plannen voor woningsplitsen en woningdelen die leiden tot energie-neutrale en gasloze panden prevaleren.
Algemene regels voor het splitsen van grondgebonden woningen
De splitsing van de grondgebonden woning mag zowel grondgebonden woningen als gestapelde woningen (appartementen) opleveren.
Het moet gaan om splitsing van het hoofdgebouw.
De splitsing moet passen in het straatbeeld en de omgeving.
Regels voor het splitsen van grondgebonden woningen in grondgebonden woningen
De inhoud van de woning moet vóór de splitsing minimaal 500m³ zijn.
De oppervlakte van het perceel moet voor splitsing minimaal 500m² zijn.
Na splitsing dient per nieuw bouwperceel het bebouwingspercentage niet hoger te zijn dan 50%.
De splitsing van het perceel moet leiden tot een logische dan wel evenredige verkaveling. De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse erfgrens dan wel tot het hart van het openbaar groen of de openbare weg moet minimaal 3 meter bedragen.
Regels voor het splitsen van grondgebonden woningen in gestapelde woningbouw (appartementen)
Het hoofdgebouw moet op minimaal 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens zijn gelegen en minimaal 10 meter van de achterste perceelsgrens.
Er mag gebruik worden gemaakt van de bestaande hoofdgebouwen dan wel de bouwmogelijkheden die reeds planologisch maximaal is toegestaan. Bewoning/splitsing van (vrijstaande) bijgebouwen is niet toegestaan.
Elke woning beschikt over een op het terrein gelegen berging.
Elke woning beschikt over een direct aan de woonruimte gelegen buitenruimte. Als de buitenruimte een dakterras, balkon of loggia betreft, bedraagt de afstand van de rand van de buitenruimte tot de perceelsgrens tenminste 3 meter.
Elke woning beschikt over een eigen toegang, rechtstreeks bereikbaar naar openbaar toegankelijk gebied, eventueel via een eigen buitenruimte.
Dubbele bewoning tweede huishouden
Er mag geen sprake zijn van het ontstaan van meerdere zelfstandige woningen zoals bedoeld in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG).
Naast deling van een gezamenlijke toegang vanaf de openbare weg, moet tenminste één andere wezenlijke voorziening worden gedeeld.
Minimaal 17 m² gebruiksoppervlakte per bewoner.
De personen van beide huishoudens moeten een sociale relatie hebben.
De regeling is enkel bedoeld voor het dubbel bewonen van vrijstaande woningen.
De eigenaar moet in de woning wonen of de verhuur mag alleen plaatsvinden via een toegelaten instelling of zorginstelling.
Kamergewijze verhuur
De eigenaar moet in de woning wonen of de verhuur mag alleen plaatsvinden via een toegelaten instelling of zorginstelling. Daarbij mogen maximaal 2 kamers bij hoek-, tussen- en halfvrijstaande woningen en appartementen en maximaal 4 kamers bij vrijstaande woningen worden verhuurd.
Elke bewoner heeft de beschikking over een eigen verblijfsruimte.
Tenminste één wezenlijke voorziening wordt gedeeld.
Er mag geen sprake zijn van het ontstaan van meerdere zelfstandige woningen zoals bedoeld in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG).
De kamer mag niet uitsluitend via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg bereikbaar zijn.
Minimaal 17 m² gebruiksoppervlakte per bewoner, met een minimale oppervlakte van de eigen kamer van 12 m².
In afwijking van het vermelde in lid f mag de minimale oppervlakte van de eigen kamer minder dan 12 m² bedragen als verhuur plaats vindt via een toegelaten instelling of zorginstelling.
Verblijf van maximaal 8 personen per woning. Per verhuurde kamer maximaal 1 persoon.
Minimaal 50 meter van andere woningen met kamerbewoning of huisvesting voor arbeidsmigranten, gemeten van voordeur tot voordeur.
De eigenaar zorgt voor voldoende capaciteit voor het gescheiden aanbieden van afval.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
woningsplitsen en woningdelen
Onderdeel van Beleid buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zonder bindend advies en nadeelcompensatie gemeente Eersel