Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt belanghebbende in de
gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
indien:
belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien
geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben
voorgedaan;
belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van
het college of van een derde aan wie het college met
toepassing van artikel 34, derde lid, van de wet
werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed,
om binnen een gestelde termijn inlichtingen te
verstrekken als bedoeld in artikel 13 van de wet;
het college het horen niet nodig acht voor het
vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van
verwijtbaarheid.
Hoofdstuk
Artikel 5.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente Steenbergen