Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij
de gedraging een schending van de inlichtingenplicht
inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte
uitkering is verleend. Een maatregel wegens schending
van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop
van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft
plaatsgevonden.
Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien
daarvoor dringende redenen aanwezig worden geacht.
Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
grond van dringende redenen, wordt belanghebbende daarvan
schriftelijk mededeling gedaan.
Met een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, wordt
gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
dringende redenen.
Hoofdstuk
Artikel 6.
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente Steenbergen