Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

Velverbod basiswaarde en buitenzone

Onderdeel van Bomenverordening Gemeente Tilburg 2024

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag – onverminderd het gestelde in artikel 3 – houtopstanden als bedoeld in het tweede, derde en vijfde lid te vellen. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voor houtopstanden die in een basiswaarde of buiten-zone staan, waarbij bomen een minimale stamomtrek van 65 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld hebben. Deze houtopstanden staan op percelen kleiner dan 500 m2, mits zij niet vallen onder het derde lid van dit artikel onder b of c. 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voor bomen met een minimale stamomtrek van 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld in basiswaarde of buiten-zone op: percelen groter dan 500 m2; aan elkaar liggende percelen van eenzelfde eigenaar, tezamen groter dan 500 m2; verspreid liggende percelen die dienen voor dezelfde ruimtelijke ontwikkeling die groter zijn dan 500 m2. 4.. De in het derde lid gestelde minimale stamomtrek van 40 cm geldt niet voor beheer en onderhoud bij ge-meentelijke bomen of voor percelen die eigendom zijn van woningcorporaties waarbij de reden van vellen geen ruimtelijke ontwikkeling (renovatie, sloop, nieuwbouw) is. Deze bomen zijn, ongeacht de grootte van het perceel, vergunningsplichtig vanaf een stamomtrek van 65 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld. 5.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt eveneens voor herplant op grond van artikel 10, 11 of 12, ongeacht hun standplaats of stamomtrek. 6.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet: voor een houtopstand met basiswaarde of staande in de buitenzone in een tuin van een eigenaar-bewoner of huurder-bewoner, mits de oppervlakte van de tuin kleiner is dan 100 m2; voor een houtopstand die moet worden geveld op grond van de Plantgezondheidswet of op grond van een aanschrijving van het bevoegd gezag; regulier onderhoud bij: hakhout: afzetten tot aan grond of hoofdstam; knotten (uitgezonderd de 1e keer knotten) of kandelaberen; vormbomen; houtwal, houtsingel: het tot maximaal 40 procent volumevermindering van de zelfstandige eenheid, met behoud van de huidige oppervlakte, door op bosbouwkundig verantwoorde wijze snoeien, scheren of kappen van houtopstanden die een stamomtrek kleiner dan 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld hebben; hagen: snoeien en scheren; Bomen die staan in heg/haag van dezelfde soort die een hoogte hebben van minder dan 3 meter; noodzakelijk inboeten van houtopstanden. Begeleidingssnoei van bomen in de jeugdfase. 7.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de volgende houtopstanden: niet monumentale bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten zijn geteeld; niet monumentale houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen; naaldbomen die kennelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar; kweekgoed; het dunnen van een houtopstand staande in de buitenzone om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen, bijv. als onderdeel van het reguliere onderhoud van de overblijvende houtopstand. beplanting die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en kennelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden. het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats; de beplantingen bestaan uit minstens 10.000 stoven per hectare per beplantingseenheid; een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 meter brede onbeplante stroken; de beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013. 8.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tevens niet voor houtopstanden in de buitenzone, staande buiten erven of tuinen: met een oppervlakte van 10 are of meer. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand, dus niet alleen van het te vellen deel; die bestaan uit een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand, dus niet alleen het aantal te vellen bomen. 9.. Het bevoegd gezag kan indien een houtopstand acuut gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat een houtopstand vooruitlopend op het verlenen van de omgevingsvergunning geveld mag worden. De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand wordt zo spoedig mogelijk na het vellen aangevraagd en verleend. 10.. In geval van spoedkap kan op basis van artikel 16.79, vijfde lid, van de Omgevingswet versnelde procedure plaatsvinden, waarbij het besluit direct na bekendmaking in werking treedt. Deze versnelde procedure moet worden voorafgegaan door een schriftelijke bekendmaking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel