**1..** Bevoegd gezag kan vergunning om te vellen als bedoeld in artikel 5 weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.
**2..** De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 wordt geweigerd, indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:
de natuur- en milieuwaarde;
de klimaatadaptieve waarde.
de landschappelijke waarde;
de waarde voor straat- of stadsbeeld;
de cultuurhistorische waarde;
de waarde voor recreatie.
**3..** De omgevingsvergunning voor vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 kan worden verleend of onder voorschriften of beperkingen worden verleend:
indien de reden voor velling een vordering tot verwijdering van de houtopstand in het kader van artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is;
indien naar het oordeel van een boomdeskundige:
de verwachte levensduur van de houtopstand minder is dan 5 jaar of;
instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade of;
sprake is van noodzakelijke maatregelen tot behoud van de houtopstand, die niet vallen onder regulier onderhoud.
indien er sprake is van onrechtmatige hinder welke zwaarder weegt dan het belang bij behoud van de houtopstand.
**4..** De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 kan worden verleend, indien er sprake is van dunning.
**5..** De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 kan worden geweigerd, indien bij het indienen van de vergunning onvoldoende zicht is op (premature) plannen en de eventuele herplant.