Bij financiering gelden de volgende uitgangspunten en richtlijnen:
financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak;
financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne liquiditeiten te gebruiken ten einde renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren;
financieringsmiddelen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, de verwachte inkomsten en uitgaven, de voorliggende rentesituatie en rentevisie;
bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen en de rapportage hierover wordt rekening gehouden met de korte termijn liquiditeitsplanning en de wettelijke kasgeldlimiet;
bij het aantrekken van langlopende financieringsmiddelen wordt gebruik gemaakt van een meerjaren liquiditeitsplanning en er wordt voor gezorgd dat de renterisiconorm conform Wet fido niet wordt overschreden;
het gebruik van derivaten zoals nader omschreven in de Ruddo is niet toegestaan;
bij langlopende financieringen vraagt het college een offerte op bij de huisbankier, met een optie voor meerdere offertes bij alternatieve lening verstrekkers, alvorens er financieringen worden aangetrokken. Deze offerte dient het college mee in te stemmen, na akkoord;
op grond van de wet schatkistbankieren kan de gemeente ook financieringsmiddelen aantrekken van andere decentrale overheden, alleen als er geen artikel 12 status is, waarbij de andere decentrale overheid hun financiële zelfstandigheid hebben ingeleverd.
4.1 Schatkistbankieren
tijdelijke overtollige gelden worden, conform de SKB uitsluitend uitgezet bij de schatkist;
in de SKB is vastgelegd tot welk drempelbedrag overtollige middelen buiten de schatkist mogen blijven.
4.2Saldo- en liquiditeitenbeheer
het college streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rente- en saldo compensabel stelsel van bankrekeningen bij één bank, tegen de gunstigste condities;
indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, wordt er gekeken naar de mogelijkheid om kortlopende middelen aan te trekken, of als dit voordeliger is, langlopende middelen;
toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening-courant;
kortlopende middelen worden afgesloten bij de huisbankier.