Hier gaat het om gebieden waar wordt gewoond en gewerkt. Als gevolg van deze activiteiten, heeft de bodem in deze gebieden een minder goede kwaliteit dan AW2000. Maar is het wel zeer geschikt om zonder risico’s te kunnen wonen en eventueel te gebruiken als tuin.
Grond uit gebieden met deze klasse mag niet worden toegepast in gebieden met de klasse AW2000. Hierdoor wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van deze AW2000-gebieden verslechtert. Verder mag de grond uit de klasse Wonen overal worden toegepast binnen het geldende bodembeheergebied. De bodemkwaliteitskaart geldt dan als voldoende bewijsmiddel.
Uitzondering bij moes- en volkstuinen
Op het voorgaande geldt een belangrijke uitzondering voor moes- en/of volkstuincomplexen en woonlocaties met een individuele moestuin groter dan 100 m2, die zich bevinden in gebieden met de bodemkwaliteitsklasse Wonen. Voor deze locaties geldt de voorwaarde dat alleen schone grond (AW2000) mag worden toegepast. Dit geldt zowel voor bestaande als nieuwe locaties met moes- of volkstuinen. Zo bereiken we op termijn een kwaliteitsverbetering van de grond op deze locaties.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.2
Wonen
Onderdeel van Nota bodembeheer ‘Twents beleid veur oale groond 2.1’