Naast de klassen AW2000 en Wonen onderscheiden we nog een derde klasse: Gebiedsgericht. De bodemkwaliteit in deze gebieden kan niet in één van de voorgaande twee bodemkwaliteitsklassen worden ingedeeld. Redenen hiervoor kunnen zijn:
in een gemeente is een specifieke probleemstof in de bodem aanwezig die elders binnen het bodembeheergebied niet voorkomt;
een gemeente wenst op termijn een betere bodemkwaliteit dan de bestaande bodemkwaliteit te bereiken in een bepaald gebied of
een (toekomstig) ruimtelijke ontwikkeling binnen een gemeente leidt tot een nieuwe functie die een andere bodemkwaliteit vereist (bijvoorbeeld een bedrijventerrein wordt een woongebied).
Uitwisseling van partijen grond uit de zones Gebiedsgericht in de regio vinden wij niet wenselijk. Dit vanwege de doorgaans afwijkende bodemkwaliteit in die zones. Aan de andere kant is het wel wenselijk om uitwisseling van grond onder voorwaarden toe te staan binnen de eigen zone. Bij uitwisseling van en naar de zones Gebiedsgericht moet met het volgende rekening worden gehouden:
Voor het toepassen van grond afkomstig van binnen de eigen zone geldt een lokale maximale waarde (LMW) die gelijk is aan de 80-percentielwaarde van de eigen zone. Hiermee wordt ruimte gecreëerd om vrijkomende grond her te gebruiken binnen de eigen zone. De 80-percentielwaarden zijn te vinden in de tabellen van bijlage V van de Regionale bodemkwaliteitskaart Twente.
Voor het toepassen van grond afkomstig van buiten de eigen zone geldt de lokale maximale waarde (LMW) die afgestemd is op de functie, in geval van wonen, of de 80-percentielwaarde in geval van de functie industrie. Hiermee wordt voldaan aan het behoud van een goede bodemkwaliteit en een gestage verbetering op termijn.
Voorafgaand aan het ontgraven van een partij grond gelegen binnen de zone Gebiedsgericht moet minimaal een verkennend bodemonderzoek (NEN5740) worden uitgevoerd. Dit vanwege de grote verschillen in concentraties verontreinigende stoffen die binnen deze zone aanwezig kunnen zijn.
Voor gesaneerde terreindelen bepaalt de bij de sanering gehanteerde terugsaneerwaarde de bodemklasse, als deze schoner is dan de LMW. De locatie mag niet meer worden aangevuld op basis van de 80-percentielwaarde voor dat gebied.
Onderstaande tabel 6.1 geeft aan welke eisen per zone Gebiedsgericht van toepassing zijn.
Tabel 6.1: Overzicht voorwaarden klasse Gebiedsgericht per gemeente
Zone
1. LMW bij toepassing van grond binnen eigen zone
2. LMW bij toepassing grond van buiten eigen zone
3. Bodemonderzoek noodzakelijk
Oldenzaal historische ring
80-percentiel
Wonen
Ja
Hengelo Hart van Zuid
80-percentiel
Wonen
Ja
Hengelo Tuindorp
80-percentiel
Wonen
Ja
Enschede Centrum voor 1900
80-percentiel
Wonen
Ja
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.3
Gebiedsgericht
Onderdeel van Nota bodembeheer ‘Twents beleid veur oale groond 2.1’