Dit zijn gebieden en/of locaties binnen ons bodembeheergebied waarvoor aparte regels gelden. Hierbij kan gedacht worden aan de volgende gebieden en/of locaties:
grondwaterbeschermingsgebieden;
afvalstortplaatsen en defensieterreinen;
spoorwegen en rijkswegbermen;
provinciale wegbermen;
gemeentelijke wegbermen;
zandvangers;
ondergrond > 2,0 m-mv.
1 Grondwaterbeschermingsgebieden: In de Omgevingsverordening Overijssel 2017 geeft de provincie Overijssel aan welke bodemkwaliteit geldt voor gebieden met gevoelige functies zoals waterwingebieden of grondwaterbeschermingsgebieden. Bij het ontgraven en toepassen van grond binnen ons bodembeheergebied nemen wij deze provinciale regels in acht. Deze regels kunnen strenger zijn dan de regels voor ontgraven en toepassen van grond zoals opgenomen in onze nota bodembeheer.
2 Afvalstortplaatsen en defensieterreinen: Uitgangspunt is dat voormalige afvalstortplaatsen worden aangemerkt als een van bodemverontreiniging verdachte locatie. De bodemkwaliteitskaart is dan niet van toepassing. In 2010 zijn afspraken gemaakt met beheerders van stortplaatsen. Dit geldt ook voor defensieterreinen binnen ons bodembeheergebied. Bijlage 4 bevat deze afspraken. Deze afspraken zijn nog steeds van kracht.
3 Spoorwegen en rijkswegbermen (beleidsregel): Voor het ontgraven en toepassen van grond binnen zones van spoorwegen en emplacementen zijn in 2009 afspraken gemaakt met de spoorwegbeheerder. Dit geldt ook voor partijen grond van en naar rijkswegen. De gemaakte afspraken staan in bijlage 4. Deze afspraken zijn nog steeds van kracht.
4 Provinciale wegbermen (beleidsregel): De provincie Overijssel heeft een wegbermenkaart voor provinciale wegen vastgesteld. Zo kan grond in de wegberm worden ontgraven en toegepast zonder extra onderzoek of een partijkeuring. De gemeenten accepteren de provinciale wegbermenkaart voor de provinciale wegen binnen hun beheersgebied. Wel geldt de voorwaarde dat vrijkomende grond uit provinciale wegbermen alleen binnen deze provinciale wegbermen mag worden toegepast. Het uitwisselen van grond afkomstig uit provinciale wegbermen met andere zones binnen de gemeente is niet toegestaan.
5 Gemeentelijke wegbermen (beleidsregel): Een aantal Twentse gemeenten heeft gezamenlijk een wegbermenkaart vastgesteld. Niet alle gemeenten namen deel aan dit traject omdat niet alle gemeenten behoefte hadden aan een wegbermenkaart. Het ging om de volgende gemeenten: Almelo, Borne, Dinkelland, Hof van Twente, Oldenzaal, Tubbergen, Twenterand en Wierden. Grond die vrijkomt uit langs asfalt- of puin verharde wegen kan binnen de wegbermen van deze gemeenten op basis van de wegbermenkaart worden toegepast. Voor meer informatie hierover en de geldende regels verwijzen wij naar het geldende gemeentelijk beleid.
6. Zandvangers waterschap Vechtstromen: Omdat de bodemkwaliteitskaart geen geschikt middel is om het materiaal in zandvangers (waterbodem) te kwalificeren voor PFAS dient aanvullend onderzoek naar PFAS te worden uitgevoerd indien dit materiaal wordt toegepast conform het Besluit bodemkwaliteit. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van een indicatieve strategie (afhankelijk van de grootte van de zandvanger) van 5 tot 10 steken en analyse van PFAS op één mengmonster. Het veldwerk en de analyse dient te geschieden conform de daarvoor geldende richtlijnen en protocollen. Dit aanvullend onderzoek dient in ieder geval te worden uitgevoerd tot vaststelling van de definitieve normen. Aan de hand daarvan wordt bepaald of, en zo ja hoe, aanvullend onderzoek nodig blijft.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat zandvangers van de andere waterschappen in de regio Twente en de zandvangers van waterschap Vechtstromen buiten de regio Twente conform de NEN5720 dienen te worden onderzocht.
7. Ondergrond > 2,0 m-mv. (beleidsregel) Deze bodemlaag is niet meegenomen met het opstellen van de bodemkwaliteitskaart. Uit bodemonderzoeken bekend bij de gemeenten en de Omgevingsdienst blijkt dat deze bodemlaag op onverdachte locaties in de regel voldoet aan de bodemkwaliteit ‘AW’ (met uitzondering van enkele binnenstedelijke gebieden). Voor toepassen van deze bodemlaag volstaat voor onverdachte locaties een vooronderzoek (zie bijlage 3 of NEN5725) en is een partijkeuring - als milieuhygiënische verklaring- niet noodzakelijk. Deze (beleids)regel geldt niet voor zandwinningen.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.5
Bijzondere gebieden en locaties binnen ons bodembeheergebied
Onderdeel van Nota bodembeheer ‘Twents beleid veur oale groond 2.1’