Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.4

Niet-gezoneerde gebieden

Onderdeel van Nota bodembeheer ‘Twents beleid veur oale groond 2.1’

Als laatste onderscheiden we gebieden die niet binnen de bodemkwaliteitskaart zijn gezoneerd. Daarmee is de bodemkwaliteit in deze gebieden niet ingedeeld in één van de drie klassen van deze bodemkwaliteitskaart want: Voor het deelgebied is al een bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer opgesteld in een ander kader: Combiplan Hellendoorn (deelgebied nr 314, zie Rapportage bodemkwaliteitskaart, Witteveen+Bos, 23 maart 2018, ES349-1/18-004.422) Vliegveld Twente (deelgebied nr 417, Bodembeheernota voormalige vliegbasis Twenthe 2022, registratienummer 221013-1, 13 oktober 2022); Voor de deelgebieden Combiplan Hellendoorn en Vliegveld Twente gelden voor het ontgraven en toepassen van grond de eisen uit het voor deze gebieden vastgestelde beleid. Voor het deelgebied zijn onvoldoende waarnemingen beschikbaar om de huidige bodemkwaliteit te kunnen vastleggen. Van de oude stadscentra is wel bekend dat de bodem verontreinigd is. Dit geldt voor de deelgebieden: Delden voor 1900 (deelgebied nr 82) Ootmarsum voor 1900 (deelgebied nr 164) Oldenzaal voor 1900 (deelgebied nr 181) Oldenzaal historische industrie (deelgebieden nr 184, 186, 190) Het toepassen van grond die voldoet aan de maximale waarde kwaliteitsklasse Wonen, uitgezonderd in gebied 186, is toegestaan in deze gebieden (beleidsregel). Deze regel geldt ook voor PFAS. Voor gebied 186 is het generieke kader van toepassing voor het bepalen van de toepassingseis. Bij uitwisseling van grond van en naar niet-gezoneerde gebieden binnen het bodembeheersgebied moet met het volgende rekening worden gehouden: Voor het toepassen van grond afkomstig van binnen de eigen zone geldt dat de toe te passen partij voorzien moet zijn van een erkend bewijsmiddel, doorgaans een partijkeuring. De kwaliteit van de ontvangende bodem moet inzichtelijk zijn met behulp van een erkend bewijsmiddel (doorgaans een verkennend bodemonderzoek NEN5740) als een slechtere kwaliteit dan wonen (of AW2000 in gebied 186) wordt toegepast. Voor de toepassingseis zie tabel 6.2. Voor het toepassen van grond afkomstig van buiten de eigen zone, maar afkomstig uit de regionale bodemkwaliteitskaart geldt dat de kwaliteit van de ontvangende bodem inzichtelijk moet zijn met behulp van een erkend bewijsmiddel (doorgaans een verkennend bodemonderzoek NEN5740) als een slechtere kwaliteit dan wonen (of AW2000 in gebied 186) wordt toegepast. Voor de definitieve toepassingseis zie tabel 6.2. Voor het toepassen van grond buiten de eigen zone maar binnen de regionale bodemkwaliteitskaart geldt dat de toe te passen partij grond voorzien moet zijn van een erkend bewijsmiddel, doorgaans een partijkeuring. Op basis van de resultaten kan de kwaliteit getoetst worden aan de toepassingseis. Tabel 6.2: Toetsingskader niet gezoneerde gebieden (overeenkomstig generiek toetsingskader) functie Kwaliteit ontvangende bodem Toepassingseis Wonen AW2000 Wonen Industrie AW2000 Wonen (uitgezonderd gebied 186) Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Industrie Industrie Industrie

Rechtspraak bij dit artikel