1.. Een uitwegvergunning kan in het belang van de bruikbaarheid worden geweigerd indien:

  • - de opstelruimte op het betreffende perceel voor het plaatsen van een haakse personenauto:
    • - minder is dan 5,50 meter diep bij 2,50 meter breed wanneer deze niet geflankeerd wordt door erfgrens en andere bebouwing;
    • - minder is dan 5,50 meter diep bij 3,00 meter breed wanneer deze wel geflankeerd wordt door erfgrens en andere bebouwing;
  • - de opstelruimte op het betreffende perceel voor het plaatsen van een 60°, 45° en 30° schuine personenauto:
    • - minder is dan 5,30 meter, resp. 4,95 meter resp. 4,40 meter haaks diep bij 2,50 meter breed wanneer deze niet geflankeerd wordt door erfgrens en andere bebouwing;
    • - minder is dan 5,30 meter, resp. 4,95 meter, resp. 4,40 meter haaks diep bij 3,00 meter breed wanneer deze wel geflankeerd wordt door erfgrens en andere bebouwing;
  • - de vlakke obstakelvrije doorloopruimte op het trottoir ter hoogte van de beoogde uitweg smaller wordt dan:
    • - 2,40 meter bij meer dan 100 voetgangers/maatgevend uur;
    • - 1,50 meter bij minder dan 100 voetgangers/maatgevend uur.
  • - de doorstroming op een gebiedsontsluitingsweg wordt gehinderd;
  • - de uitweg tot gevolg heeft dat straatmeubilair of nutsvoorzieningen dienen te worden bijgeplaatst, verplaatst of verwijderd terwijl er in de nabije omgeving hiervoor geen geschikte locatie voorhanden is;
  • - de uitweg tot gevolg heeft dat een openbare parkeerplaats komt te vervallen in een gebied waar parkeren gereguleerd wordt of de parkeerdruk hoger is dan 85% zoals een door het college aangewezen blauwe zone, centrumgebied of kustboulevard;
  • - de uitweg breder is dan de onderstaande standaard breedtes:
    • - 4,50 meter bij een uitweg voor één woning met één geparkeerde auto;
    • - 5,00 meter bij een uitweg voor één woning met twee naast elkaar geparkeerde auto’s;
    • - 6,00 meter bij een uitweg voor twee woningen;
    • - 8,00 meter bij een uitweg voor een bedrijf of wooncomplex;