In de rapporten ‘Kostendekking’ van Arcadis (februari 2023) zijn de kostendekkingsberekeningen per gemeente uitgewerkt en toegelicht.
Startsituatie
Rente en inflatie
- - De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 1,0%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast in het jaar van investering.
- - Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen;
- - Er vindt per jaar 2,4% indexatie van de uitgaven plaats (als gevolg van inflatie).
BTW
Jaarlijks belasten we 21% aan de rioolheffing, op basis van directe exploitatiekosten (variant C) en daarnaast ook over afschrijvingen (variant A en B).
Voorzieningen
- - Het saldo van de Egalisatievoorziening riolering (BBV 44.2) per 1 januari 2023
- - Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn;
- - Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot. Het beleidsuitgangspunt ten aanzien van de voorziening is om gemiddeld een voorziening van 1 miljoen aan te houden.
Investeringen
- - De langjarige, cyclische vervangingsinvesteringen hebben we voor de hele beschouwde periode bepaald op basis van het beheersysteem en standaard levensduren.
- - De onderliggende kostenkengetallen zijn een combinatie van kostenkengetallen Kennisbank en eigen kostenkengetallen. De kostenkengetallen van de Kennisbank (2015) hebben we met 2% per jaar geïndexeerd om ze op prijspeil 2023 te brengen.
- - We activeren alle investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen:
- - De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij verval riolering, drukriolering, persleidingen en VST’s bedraagt 60 jaar;
- - De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van gemalen en randvoorzieningen bedraagt 45 jaar;
- - De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van randvoorzieningen bedraagt 45 jaar;
- - De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektro-/mechaniche delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 15 jaar;
- - De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor infiltratievoorzieningen en drainage bedraagt 30 jaar.
- - De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.
Heffingseenheden
- - Het aantal (equivalente) heffingseenheden per 1 januari 2023 is ingevoerd. Dit aantal eenheden is berekend op basis van de totale baten (bruto, inclusief kwijtschelding en oninbaar) en de werkelijke rioolheffing in 2023.
- - Per gemeente is een stijging ingevoerd gebaseerd op een percentage van de huidige woningbouwprognose.
Rioolheffing
- - Het fictieve tarief voor de rioolheffing is een gewogen gemiddelde van de inkomsten uit verschillende tariefklassen op basis van het werkelijk aantal heffingseenheden.
- - Er wordt rekening gehouden met kwijtschelding en oninbaar;
- - De rioolheffing mag maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b);
- - Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de reserves en/of (spaar)voorziening is - toegestaan;
- - Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan;
- - De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding.