Naar hoofdinhoud
In dit besluit wordt verstaan onder: a. adaptief: het hebben van een goede antenne voor (voortdurend veranderende) signalen uit de omgeving; het vermogen om zich tijdig en soepel aan te passen aan omstandigheden zodat de organisatie een zinvolle bijdrage kan leveren aan de vragen en behoeften uit de omgeving (bestuur en samenleving); het met succes kunnen anticiperen op ontwikkelingen in de omgeving; b. ambtelijk opdrachtgever: de directie die de opdracht verstrekt, al dan niet namens het college, aan de organisatie. Dit opdrachtgeverschap kan vervolgens worden belegd bij een functionaris in de organisatie waarbij afhankelijk van de opdracht de ambtelijk opdrachtgever stuurt op inhoud, middelen (financiën) of personeel; c. beleidsrealisatie: het bedenken en uitvoeren van beleid en het boeken van het resultaat waarbij het beoogd maatschappelijk effect wordt teweeg gebracht; d. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal; e. directeur: functionaris belast met de hiërarchische leiding van een thema, de daarbij behorende opgaven en teams en met eindverantwoordelijkheid daarvoor, ook geduid als themadirecteur; f. directie: het ambtelijke orgaan dat onder eindverantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris/algemeen directeur de organisatie als een collectief aanstuurt, en verder bestaat uit de directeuren; g. eigenaarschap: verantwoordelijkheid voelen en nemen; alert zijn op wat goed en niet goed gaat en initiatief nemen tot verbetering en het effect daarvan volgen; h. gemeentebestuur: college en raad van de gemeente Veenendaal; i. gemeentesecretaris: secretaris als bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet; j. integraal: integraliteit staat voor: a. een eenduidig, besluitrijp voorstel; b. het betrekken van alle relevante facetten, benodigde middelen en risico’s; c. het betrekken van alle relevante aspecten vanuit de diverse gemeentelijke taakgebieden; en d. het in beeld brengen van alternatieven en consequenties; k. interne opdracht: een opdracht gericht op het oplossen van een intern organisatieprobleem met een multidisciplinair karakter, met een bovengemiddeld aantal betrokken partijen en een hoge complexiteit of bestuurlijk afbreukrisico; l. kernwaarden: waarden die centraal staan in de organisatie; wat zijn de belangrijkste grondbeginselen en drijfveren voor de organisatie en hoe wil de organisatie zich identificeren; m. manager: manager verantwoordelijk voor de realisatie van een toegewezen opgave of interne opdracht; n. middelenbeheer: onder middelen worden verstaan: personeel; informatievoorziening; juridisch; organisatie; financiën automatisering; communicatie; huisvesting. o. opgave: vraagstuk dat maatschappelijk, financieel of politiek complex is en waarvoor samenwerking met externe partners nodig is, dat door het college is benoemd tot prioriteit van beleid. Een opgave betreft een strategische uitdaging voor Veenendaal waarvan nog niet duidelijk is wat het exacte vraagstuk is, wat de beste oplossing is, wie daar een bijdrage aan kan leveren en wat de rol als gemeente is. De te bereiken doelen zijn nog niet bekend. Er zal altijd met de samenleving (inwoners, bedrijven, partners) worden samengewerkt om de opgave te verkennen en gezamenlijk te bepalen wat er moet gebeuren; p. organisatie: de totale ambtelijke organisatie van de gemeente dat ten dienste staat van het gemeentebestuur, met uitzondering van de ambtelijke organisatie van de griffie, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet; r. proces-opgavenmodel: een inrichtingsmodel waarin de structuur van de organisatie wordt geschetst waarbij aan de ene kant het reguliere werk in processen is te vatten en aan de andere kant opgaves die proces overstijgend zijn en een flexibele aanpak kennen; q. programma: een tijdelijke sturingsstructuur voor een reeks samenhangende werkzaamheden (projecten, routines, improvisaties), vaak samen met externe partners buiten de organisatie, gericht op het bereiken van een vooraf politiek-bestuurlijk bepaald doel of set van doelen. Een doel is een nieuwe gewenste situatie (een verandering, verbetering of vernieuwing). Het is meestal meerjarig, speelt zich af op het gebied van meerdere teams en is een strategisch-bestuurlijk belangrijk onderwerp; r. project: een opdracht met een multidisciplinair karakter dat in de regel binnen de gemeente of met een beperkt aantal externe partners kan worden aangepakt met een concreet van tevoren bepaald eindresultaat. Het is een strategisch project als het project nadrukkelijke politieke aandacht heeft, een bovengemiddeld aantal partijen betrokken zijn en het project een hoge complexiteit of bestuurlijk afbreukrisico heeft. s. rechtmatig: het handelen in overeenstemming met gemeentelijke-, nationale- en Europese wet- en regelgeving; t. stakeholders: alle belanghebbenden, zowel personen als groeperingen, waarmee samenwerking gewenst of noodzakelijk is; u. team: iedere organisatie-eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die op grond van dit besluit een eigen verantwoordingsplicht aan de directie heeft, waarvan aan het hoofd een teamleider staat; v. teamleider: de teamleider is de leidinggevende van een team, waar de medewerkers hun thuisbasis hebben. w. teamplan: jaarlijks plan van een team waarin onder andere wordt vastgelegd welke doelen of resultaten moeten worden gehaald, wat het team bijdraagt aan het bereiken van de opgavedoelen, welke taken worden uitgevoerd en welke capaciteit en middelen voor een betreffend jaar benodigd zijn; x. thema: een bundeling van teams, opgaven en interne opdrachten met samenhangende onderwerpen, onder hiërarchische leiding van een directeur; y. wendbaar: het vermogen om gemakkelijk en snel, en met voldoende kwaliteit te reageren en anticiperen op ontwikkelingen in de samenleving en opdrachten en vragen van het gemeentebestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel