De manager is bevoegd tot het verrichten van handelingen in het kader van het leiden van een opgave of opdracht en de uitvoering van de taken binnen de kaders en richtlijnen van:
het Mandaatbesluit;
de Budgethoudersregeling; en
het opgave- of opdrachtplan.
Daarnaast is de manager in het kader van de monitoring en verantwoording van de opgave of opdracht, bevoegd alle gewenste informatie die noodzakelijk is voor het realiseren van de opgave of opdracht op te vragen binnen de organisatie.
Hoofdstuk 3
Artikel 18