Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Inspraak, cliëntenparticipatie en klachten

Onderdeel van Verordening sociaal domein Alphen aan den Rijn

Artikel 68. Inspraak Het college betrekt inwoners van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende deze verordening, overeenkomstig de Inspraakverordening Alphen aan den Rijn 2016. Artikel 69. Cliënten- en inwonersparticipatie 1. Het college stelt een onafhankelijke Adviesraad Samenleving in die cliënten en inwoners vertegenwoordigt en advies geeft op het brede terrein van het sociale domein en de verschillende gemeentelijke doelgroepen daarbinnen. 2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het eerste lid. Artikel 70 Doel Adviesraad Samenleving 1. Het doel van de Adviesraad Samenleving is om de personen, die de gevolgen van het beleid op het terrein van de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning ondervinden is, te vertegenwoordigen door middel van het adviseren van het College van B&W bij de beleidsvoorbereiding en de beleidsuitvoering ten aanzien van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Jeugdwet en Participatiewet. De Adviesraad Samenleving let in het bijzonder op de samenhang tussen verschillende beleidsterreinen. 2. De Adviesraad Samenleving vormt onderdeel van de lokale participatiestructuur. Het college kan daarnaast ook andere vormen van participatie inzetten om haar inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van haar beleid of uitvoering. 3. Het college kan nadere regels stellen over de invulling van advisering van de Adviesraad Samenleving aan het college. Artikel 71 Samenstelling 1. De Adviesraad Samenleving die bestaat uit 10 vaste leden en een voorzitter. Zowel de leden als de voorzitter zijn woonachtig in Gemeente Alphen aan den Rijn. 2. Ieder lid van de Adviesraad Samenleving heeft een portefeuille bestaande uit een beleidsveld en een gebied in Alphen aan den Rijn. 3. De leden mogen geen relaties onderhouden waarmee leden meerdere belangen dienen die een zodanige invloed op elkaar kunnen uitoefenen dat zijn of haar integriteit ten aanzien van het ene of andere belang in het geding komt. 4. Een lid van de Adviesraad Samenleving mag in ieder geval niet: a. lid zijn van het college van burgemeester en wethouders; b. lid zijn van de gemeenteraad; c. ambtenaar zijn van de Gemeente Alphen aan den Rijn; d. een professionele arbeidsrelatie met een gecontracteerde partner hebben. 5. Het college kan nadere regels stellen over de samenstelling van de Adviesraad Samenleving. Artikel 72 Taken en rollen 1. De Adviesraad Samenleving: a. informeert en adviseert het college gevraagd en ongevraagd over het beleid en de uitvoering van de Gemeente Alphen aan den Rijn. Het college brengt deze informatie en/of adviezen ter kennis aan de gemeenteraad; b. betrekt actief organisaties en belanghebbenden bij het opstellen van adviezen; c. verzamelt op actieve wijze zoveel mogelijk relevante informatie over preventie en ontwikkelingen binnen het sociaal domein, maatschappelijke ondersteuning en de vragers naar maatschappelijke ondersteuning om genoemde adviesfunctie zo goed mogelijk uit te kunnen voeren. d. betrekt nadrukkelijk die groepen die minder goed in staat zijn hun belangen en behoeften kenbaar te maken; e. is alert op ontwikkelingen en knelpunten bij de uitvoering van het sociaal domein en geeft hierover advies aan het college; f. stelt jaarlijks een werkplan, een begroting, een inhoudelijk jaarverslag en jaarrekening op; g. initieert tenminste eenmaal per jaar verbinding met wijk- en dorpsraden middels een wijkconferentie of andere ontmoetingsvorm in een wijk of dorp van Gemeente Alphen aan den Rijn. h. maakt gebruik van en onderhoudt periodiek contact met een flexibele schil van actieve burgers en Alphenaren met een breed netwerk voor het signaleren van maatschappelijke thema’s en om bij te dragen aan evaluaties of adviezen. i. kan op verzoek van en in overleg met het college een eigen rol in Europese aanbestedingen van de Wmo en Jeugdwet hebben, bijvoorbeeld door het schrijven van een eigen brief die gehecht wordt aan de uitvraag (paragraaf ‘cliëntenbelang’) j. is op thema’s informeel adviserend en/of signalerend gesprekspartner van de zorgaanbieders. 2. De Adviesraad Samenleving bespreekt geen individuele situaties en brengt daarover ook geen advies uit. Artikel 73 Bevoegdheden 1. Initiëren: De Adviesraad Samenleving kan alles wat te maken heeft met de uitvoering van de Participatiewet, Wmo en Jeugdwet aan de orde stellen in een overleg met de vaste contactambtenaar van de gemeente of de wethouder. De Adviesraad Samenleving kan zelf enquêtes, en (laagdrempelige) cliënt-ervaringsonderzoeken uitvoeren. De Adviesraad Samenleving bekijkt eerst of er al niet al gelijksoortige onderzoeken worden gedaan. De Adviesraad Samenleving kan eenmaal per jaar een (laagdrempelig) eigen onderzoek uitvoeren. Het kan hierbij aansluiten bij de onderzoeken die worden gedaan door uitvoeringsorganisaties en de gemeente. 2. Informeren: Het college informeert de Adviesraad Samenleving over alles wat hij voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Als het relevant en mogelijk is zonder de belangen van de gemeente te schaden, wordt ook vertrouwelijke informatie verstrekt. 3. Adviseren: Het college kan de Adviesraad Samenleving in de volgende fases om advies vragen: - Visievorming; - Beleidsvoorbereiding; - Ontwerpen beleidsplan; - Opstellen verordening; - Evaluatie beleidsplan en verordening. 4. Evalueren: De Adviesraad Samenleving kan bijdragen aan evaluaties van beleid en uitvoering en evalueert eens per jaar het beleid of beleidsuitvoering rondom een thema in het sociaal domein. 5. Consulteren: De Adviesraad Samenleving kan worden geconsulteerd over lopende zaken. Artikel 74 Adviestermijn 1. Het college stelt de Adviesraad Samenleving op een zodanig tijdstip in de gelegenheid advies uit te brengen dat er een daadwerkelijke invloed mogelijk is op de besluitvorming. Indien het college om advies vraagt, wordt een adviestermijn van zes weken aangehouden. 2. In de beleidsstukken die aan de Adviesraad Samenleving worden aangeleverd geeft de gemeente waar mogelijk van te voren de financiële, juridische en beleidsmatige kaders aan. Artikel 75 Benoeming 1. De voorzitter, vicevoorzitter en de leden van de Adviesraad Samenleving worden benoemd door of namens het college en ontvangen een schriftelijke bevestiging. 2. De benoemingsprocedure van de leden wordt vastgelegd in het huishoudelijk reglement (HHR). 3. Vervallen. 4. Vervallen. Artikel 76 Zittingsperiode 1. De zittingsperiode voor de leden van de Adviesraad Samenleving is vier jaar. 2. De leden van de Adviesraad Samenleving zijn voor maximaal één periode herbenoembaar; 3. Het college kan na twee zittingsperiodes in uitzonderlijke gevallen (bv. een blijvende vacature) een tijdelijke ontheffing verlenen voor een verlenging; 4. Een tussentijdse vacature wordt zo spoedig mogelijk vervuld; De Adviesraad Samenleving stelt zelf een rooster van aftreden op. 5. De periode van de zittingstermijn van in beginsel vier jaar start de dag na ontvangst van de benoemingsbrief. Artikel 77 Schorsing, ontslag en eindigen lidmaatschap 1. De Adviesraad Samenleving kan een lid schorsen of uit zijn functie of taak ontheffen (ontslag). 2. Alvorens tot schorsing of ontslag van een lid wordt overgegaan, vindt hoor en wederhoor plaats. 3. Als er sprake is van een voorgenomen schorsing of ontslag vindt te allen tijde vooraf overleg plaats met de verantwoordelijk wethouder. 4. De Adviesraad Samenleving stelt nadere regels en afspraken met betrekking tot het eindigen van het lidmaatschap in het huishoudelijk reglement Artikel 78 Bestuurlijk overleg met de wethouder Er vindt ten minste tweemaal per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de verantwoordelijke wethouder en de voorzitter van de Adviesraad Samenleving. Artikel 79 Overleg De Adviesraad Samenleving vergadert ten minste zesmaal per jaar. De vergaderingen van de Adviesraad Samenleving zijn in beginsel openbaar. Artikel 80 Huishoudelijk reglement De Adviesraad Samenleving stelt een huishoudelijk reglement op. In dit huishoudelijk reglement worden de taken, bevoegdheden en werkwijze van de Adviesraad Samenleving nader uitgewerkt. Artikel 81 Financiën en faciliteiten 1. Het college stelt een budget beschikbaar om de Adviesraad Samenleving in de gelegenheid te stellen zijn taak goed uit te kunnen voeren. 2. De leden van de Adviesraad Samenleving ontvangen een toelage met een maximale hoogte van de belastingvrije vrijwilligersvergoeding zoals vastgesteld door de Belastingdienst 3. De Adviesraad Samenleving dient uiterlijk 1 juni van enig jaar de begroting in voor het daaropvolgende jaar, mede gerelateerd aan het werkplan. Het college stelt de begroting vast. 4. De Adviesraad Samenleving verantwoordt jaarlijks de activiteiten en bestedingen met een inhoudelijk verslag en een jaarrekening, uiterlijk 1 april van het jaar daarop volgend. 5. Vergaderruimte en faciliteiten in het gemeentehuis worden zonder doorberekening van kosten door de gemeente aangeboden. 6. De flexibele schil opereert op vrijwillige basis. Artikel 82 Geschillen betreffende deze verordening Over geschillen voortkomend uit de toepassing van deze verordening en gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college, gehoord hebbende de Adviesraad Samenleving. Artikel 83 Ambtelijke ondersteuning 1. De Adviesraad Samenleving beschikt over voldoende ambtelijke ondersteuning. 2. De Adviesraad Samenleving neemt de taakomschrijving van de ambtelijke ondersteuning op in het Huishoudelijk Reglement. Artikel 84 Opheffing Het college is bevoegd de Adviesraad Samenleving op te heffen of te wijzigen als de Participatiewet, Wmo of Jeugdwet wordt ingetrokken, komen te vervallen of worden vervangen door nieuwe wetgeving. Artikel 85 Evaluatie 1. Het college evalueert ten minste eenmaal per twee jaar van het functioneren van de Adviesraad Samenleving na de Adviesraad Samenleving te hebben gehoord. 2. De uitkomst van de evaluatie kan leiden tot bijstelling van de artikelen 68 tot en met 82 van de Verordening. Artikel 86. Klachtenregeling Het college behandelt klachten van inwoners die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel