Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Overige bepalingen

Onderdeel van Verordening sociaal domein Alphen aan den Rijn

Artikel 62. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp, uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Artikel 62a. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden op grond van de Wmo 1. Voor de waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de Wmo en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1°. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en 2°. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de Wmo, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wmo, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. 5. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat. 6. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren hulpmiddelen en woonvoorzieningen voor de Wmo, in ieder geval rekening met: a. de marktprijs van de voorziening, en b. de eventuele extra taken die in verband met de diensten van de leverancier worden gevraagd, zoals: 1°. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; 2°. instructie over het gebruik van de voorziening; 3°. onderhoud van de voorziening. Artikel 62b. Blijverslening Vervallen. Artikel 63 Beschikkingstermijn schuldhulpverlening De beschikking tot schuldhulpverlening zoals bedoeld in artikel 4a, eerste lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, dan wel de afwijzing of beëindiging ervan, wordt door het college gegeven binnen maximaal acht weken na het eerste gesprek, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Artikel 63a Vroegsignalering schulden 1. De gemeente heeft overeenkomsten met tenminste de vaste lasten partners zoals genoemd in de wet op grond waarvan deze partners betalingsachterstanden melden aan gemeente. 2. Bij een melding van een vaste lasten partner zoals bedoeld in lid 1 neemt het college contact op met de inwoner die een betalingsachterstand heeft om een eerste aanbod voor een gesprek te doen. 3. Afhankelijk van het aantal meldingen per huishouden of de hoogte van de betalingsachterstand vindt het contact schriftelijk, telefonisch of door middel een huisbezoek plaats. Artikel 63b Opvragen gegevens voor het besluit tot het verlenen van schuldhulp Het college kan gebruik maken van de bevoegdheden als genoemd in artikel 3 lid 2 en 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening bij het opvragen van gegevens. Artikel 64. Toepassen verordening en stellen nadere regels 1. Indien bij het toepassen en uitvoeren van deze verordening onduidelijkheid ontstaat over het gebruik, dan zijn de in de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet opgenomen begrippen en bepalingen leidend. 2. Het college maakt nadere afspraken met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en zorgverzekeraars van inwoner(s) over de verwijzing naar jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 22 van deze verordening. 3. Het college kan in aanvulling op deze verordening nadere regels stellen. Artikel 65. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening op het gebied van de Jeugdwet en Wmo, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 66. Overgangsrecht Vervallen. Artikel 67. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder van maatschappelijke ondersteuning en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan als bedoeld in artikel 6 lid 1 van de Wmo. 2. Aanbieders van maatschappelijke ondersteuning melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening direct aan de toezichthoudend ambtenaar. 3. De toezichthoudend ambtenaar als bedoeld in artikel 6 lid 1 van de Wmo doet onderzoek naar de melding van de calamiteiten en geweldsincidenten en laat de aanbieder van maatschappelijke ondersteuning indien nodig een onderzoek doen naar de calamiteiten en/of geweldsincidenten. 4. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel