Paragraaf 3.1 Maatwerkvoorzieningen Jeugdwet
Artikel 18. Maatwerkvoorziening noodzakelijke vervoerskosten Jeugdwet
1. Het college kan een jeugdhulpvervoersvoorziening als bedoeld in artikel 2.3 lid 2 Jeugdwet alleen verstrekken wanneer sprake is van jeugdhulp in de vorm van dagbehandeling, dagbesteding, leerwerktrajecten, observatiegroepen en onderwijs-zorgcombinaties.
2. De maximale km-vergoeding per rit wordt berekend op basis van de kortste route volgens Routenet.
3. Wanneer de jeugdhulpvervoersvoorziening als bedoeld in artikel 2.3 lid 2 Jeugdwet alleen bedoeld is om ouders of verzorgers te ontlasten, dan is de duur ervan maximaal drie maanden of zoveel korter als in het besluit wordt aangegeven.
4. Een vervoersvoorziening als bedoeld in lid 1 wordt niet verstrekt indien:
a. een andere vervoersvoorziening voorliggend is;
b. het vervoer betreft naar een jeugdhulpvoorziening die enkel bedoeld is om de ouders of verzorgers te ontlasten;
c. de jeugdige, al dan niet na begeleiding of training, in staat is zelfstandig te reizen;
d. het vervoer op avonden, het weekend en/of algemeen erkende feestdagen betreft;
e. het 18+ vervoer betreft;
f. gelijkwaardige jeugdhulp dichterbij mogelijk is.
Paragraaf 3.2 Maatwerkvoorzieningen Wmo
Artikel 19. Woningsanering
1. Het college kan onder de volgende voorwaarden een vergoeding verstrekken voor een woningsanering:
a. er moet een acute noodzaak voor een woningsanering vastgesteld zijn, vanwege caraklachten in verband met een allergie voor huisstof of huisstofmijt;
b. de woningsanering moet binnen één jaar nadat voor de eerste keer allergie voor huisstof of huisstofmijt vastgesteld is, aangevraagd zijn;
c. bij de aanschaf van de huidige vloer- en raambedekking mag geen sprake geweest zijn van een (verwachte) noodzaak tot vervanging en mag de huidige woning niet eerder door de inwoner gesaneerd zijn op grond van de Wmo of andere wet- en regelgeving.
2. Als voldaan is aan de in lid 1 genoemde voorwaarden, dan kunnen de volgende voorzieningen verstrekt worden:
a. vervanging vloerbedekking woonkamer en één slaapkamer voor maximaal
€ 35 per vierkante meter (inclusief arbeid, noodzakelijke materialen en btw);
b. vervanging raambekleding woonkamer voor maximaal € 400;
c. vervanging raambekleding één slaapkamer voor maximaal € 150.
3. De afschrijvingstermijnen bij woningsanering zijn als volgt:
a. het artikel is nieuwer dan 1 jaar: 7/7 van bovengenoemde kosten;
b. het artikel is tussen de 1 en 2 jaar oud: 6/7 van bovengenoemde kosten;
c. het artikel is tussen de 2 en 3 jaar oud: 5/7 van bovengenoemde kosten;
d. het artikel is tussen de 3 en 4 jaar oud: 4/7 van bovengenoemde kosten;
e. het artikel is tussen de 4 en 5 jaar oud: 3/7 van bovengenoemde kosten;
f. het artikel is tussen de 5 en 6 jaar oud: 2/7 van bovengenoemde kosten;
g. het artikel is tussen de 6 en 7 jaar oud: 1/7 van bovengenoemde kosten.
Artikel 20. Primaat verhuizen
1. Als de kosten voor een woningaanpassing hoger zijn dan € 7.500, dan geldt het primaat verhuizen.
2. Als een woning volledig aanpasbaar is, maar de kosten hiervan het primaat overstijgen, dan is het mogelijk de van toepassing zijnde verhuiskostenvergoeding eenmalig uit te keren. Voorwaarde hiervoor is dat de inwoner met een beperking de woning volledig aan laat passen, er worden geen andere woonvoorzieningen meer verstrekt anders dan die ook in een geschikte woning nodig zouden zijn geweest.
Artikel 21. Verhuiskosten
1. De vergoeding voor verhuis- en stofferingskosten wordt als volgt vastgesteld:
a. € 1100 voor de verhuizing;
b. € 1100 voor de stoffering van woonkamer en keuken;
c. € 550 voor de stoffering van elke slaapkamer.
2. Kosten van tijdelijke huisvesting op basis van de werkelijke kosten, met een maximum van:
a. bij zelfstandige woonruimte: het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 sub a van de Wet op de huurtoeslag;
b. bij niet-zelfstandige woonruimte: het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 sub b van de Wet op de huurtoeslag.
Artikel 22. Onderhoud, keuring en reparatie van een woonvoorziening
1. Verstrekking van een voorziening voor onderhoud, keuring en reparatie van een woonvoorziening vindt plaats:
a. in natura als de betreffende woonvoorziening in bruikleen verstrekt is;
b. als pgb als onderdeel van het te verstrekken pgb voor de betreffende woonvoorziening;
c. als pgb als de woonvoorziening eerder op basis van de verordening of hiermee vergelijkbare voorafgaande wetgeving in eigendom verstrekt is.
2. Voor de kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering van woonvoorzieningen die als pgb verstrekt zijn, kan jaarlijks een bedrag verstrekt worden van maximaal 7% van het verstrekte pgb.
Artikel 23. Aanpassing van badkamer en keuken
Als de noodzaak voor aanpassing van de keuken en/of badkamer is komen vast te staan en de huidige keuken en/of badkamer nog niet afgeschreven zijn, dan kan er een vergoeding worden verstrekt.
Artikel 24. Vervoerskosten
1. Het college kan onder de volgende voorwaarden een autokostenvergoeding verstrekken:
a. de inwoner gebruikt de auto aantoonbaar meer dan 2000 kilometer per jaar;
b. er zijn geen andere (voorliggende) voorzieningen die de vervoersbeperking van de inwoner kunnen oplossen.
2. Alles boven de 2000 kilometer kan tot maximaal 2000 kilometer vergoed worden, hierbij geldt een kilometertarief van € 0,30 per kilometer, de maximale jaarlijkse vergoeding komt hierdoor uit op € 600.
3. Het college kan onder de volgende voorwaarden een autokostenvergoeding verstrekken aan inwoners met een vervoersbeperking, waarbij het CVV (collectief en/of individueel) geen adequate oplossing biedt en geen andere oplossingen mogelijk zijn:
a. het gaat om wezenlijke contacten en;
b. tegenbezoek van deze contacten is onmogelijk.
4. Afhankelijk van de vervoersbehoefte kan aan de in lid 3 genoemde inwoners maximaal € 600 per jaar aan vergoeding verstrekt worden.
5. Een inwoner waarbij het CVV een adequate oplossing biedt, kan per kalenderjaar in aanmerking komen voor maximaal 1800 kilometers.
Artikel 25. Sportvoorziening
1. Een sportvoorziening wordt maximaal eens in de drie jaar verstrekt en bedraagt maximaal € 4000 inclusief aanschaf, onderhoud, reparatie en verzekering.
2. Als nog geen sprake is van actieve sportbeoefening, dan kan de inwoner een vergoeding van maximaal € 4000 ontvangen voor de huur van sporthulpmiddelen gedurende een proefperiode van maximaal zes maanden.
3. De inwoner kan alleen een vergoeding voor de huur van de sportvoorziening ontvangen als de gecontracteerde leveranciers van de gemeente de sportvoorziening niet tijdelijk kunnen leveren.
Artikel 25a. Huishoudelijke hulp
1. Het college kan een maatwerkvoorziening verstrekken aan inwoners met een beperking bij het voeren van een huishouden.
2. Als de maatwerkvoorziening verstrekt wordt in de vorm van zorg in natura, dan vindt de hulp plaats binnen resultaatgebieden zoals omschreven in artikel 11a van de verordening en op basis van bijlage 1 en 2 die bij deze nadere regels is opgenomen.
3. Als de maatwerkvoorziening verstrekt wordt in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb), dan worden de te behalen resultaten omgerekend naar uren op basis van bijlage 1 en 2 die bij deze Nadere regels zijn opgenomen.
Artikel 25b. Begeleiding
1. Het college kan een algemene voorziening en/of een maatwerkvoorziening begeleiding verstrekken aan inwoners die een beperking hebben bij hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.
2. Dit kan zowel in de vorm van een algemene voorziening, maatwerkvoorziening natura of een pgb.
3. De resultaatgebieden voor deze ondersteuning staan in bijlage 3 die bij deze nadere regels is opgenomen.
Paragraaf 3.3 Voorzieningen op grond van de Participatiewet en IOAW/IOAZ
Artikel 26. Reiskosten
Vervallen.
Artikel 26a. Werkervaringstraject/stage
1. Een werkervaringstraject/stage kan worden aangeboden als deze naar het oordeel van het college bijdraagt om de vooraf gestelde leerdoelen te bereiken en bijdraagt aan arbeidsinschakeling.
2. Een werkervaringstraject/stage duurt 6 maanden en kan in individuele gevallen verlengd worden met maximaal 6 maanden.
3. Het doel van een werkervaringstraject/stage is het opdoen van werkervaring/vakkennis, het opdoen van arbeidsritme en/of het leren functioneren in een arbeidsrelatie.
4. Tussen partijen wordt in ieder geval vastgelegd: het doel en de periode van een werkervaringstraject/stage en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.
Artikel 26b. Proefplaatsing
Vervallen.
Artikel 26c. Jobcoaching
Vervallen.
Artikel 27. Tegemoetkoming kinderopvangtoeslag
1. Het college verstrekt aan doelgroepouders als bedoeld in artikel 1.13 van de Wkkp, in aanvulling op de door de Belastingdienst te verstrekken kinderopvangtoeslag, een bijdrage voor de voor eigen rekening blijvende kosten van kinderopvang.
2. Daarnaast komt in aanmerking voor vergoeding, de kosten voor tussenschoolse opvang als het voor arbeidsinschakeling noodzakelijk is dat kinderen van de belanghebbende hiervan gebruik maken.
Artikel 28.Overige kosten
1. Voor vergoeding komen in aanmerking, de kosten die de belanghebbende moet maken om werk te kunnen aanvaarden of die noodzakelijk zijn voor arbeidsinschakeling.
2. De in lid 1 bedoelde kosten:
a. zijn, naar het oordeel van het college, noodzakelijk en aantoonbaar en kunnen in redelijkheid niet ten laste van de belanghebbende gebracht worden;
b. kunnen niet vergoed worden vanuit een voorliggende voorziening;
c. bedragen maximaal de goedkoopst adequate oplossing.
Artikel 29 Aanvullende voorwaarden en beoordeling maatwerkvoorziening Ondersteuning met wonen en Opvang
1. Het college beoordeelt in het kader van de landelijke toegankelijkheid voor de cliëntgroep Ondersteuning met wonen en Opvang:
a. in hoeverre de gemeente de meest aangewezen gemeente is om de huisvesting te verlenen;
b. in hoeverre sprake de benodigde opvang en/of ondersteuning onderdeel is van de specialistische maatschappelijke zorg.
2. De specialistische maatschappelijke zorg omvat:
- Specialistische opvang- en woonvoorzieningen: 24/7 uurs aanwezige opvang of wonen met ondersteuning aan inwoners met GGZ problematiek i.c.m. verslaving, gedragsproblematiek, licht verstandelijke beperking en/of somatische problematiek.
- Traject woonbegeleiding ouder-kind: 24-uurs oproepbare en/of aanwezig ondersteuning aan jongvolwassen ouders (of zwangere) met GGZ problematiek, al dan niet met bijkomende problematiek.
- Traject woonbegeleiding na verslavingsbehandeling: ondersteuning aan inwoners met problematiek op het gebied van GGZ, al dan niet i.c.m. een licht verstandelijke beperking, die na het volgen van een detox-traject behoefte hebben aan een nazorgtraject in geclusterde setting gericht op omgang met hun verslavingsgevoeligheid.
- Opvang voor inwoners die zich buiten kantoortijden melden én in het kader van de koude- en hitteregeling
3. Indien sprake is van specialistische maatschappelijke zorg als bedoeld in lid 2, dan behandelt gemeente Leiden de aanvraag. Gemeente Leiden is namens de gemeenten van Holland Rijnland verantwoordelijk voor de uitvoering van de specialistische maatschappelijke zorg.
4. Op basis van het gesprek over de hulpvraag maakt het college per leef- en resultaatgebied als bedoeld in lid 5 een inschatting over de intensiteit van de ondersteuning die nodig is
5. Het college kent de volgende leef- en resultaatsgebieden:
a. Activering leefgebieden:
1) Zelfzorg en gezondheid: gericht op het versterken van de vaardigheden van Inwoner ten aanzien van fysieke en mentale gezondheid (voeding, gedrag, gebruik verdovende middelen) en persoonlijke hygiëne. Er wordt onderscheid gemaakt tussen psychische en lichamelijke gezondheid.
2) Geldzaken: gericht op het verkrijgen van een stabiele financiële situatie met een toereikend inkomen voor levensonderhoud.
3) Sociaal en persoonlijk functioneren: gericht op het verkrijgen van wederkerige verbindingen, een betrokken leefomgeving, steun van anderen en het tegengaan van eenzaamheid.
b. Sociaal beheer: gaat om de mate van aanwezigheid van begeleiding overdag (tussen 07:00 en 23:00) op afroep, op gezette tijden binnen een woonvoorziening of doorlopend:
- Trede 1: ondersteuning die op afroep (binnen 30 minuten aanwezig) of gedurende de week en in het weekend overdag op gezette tijden een oogje in het zeil houdt, poolshoogte neemt bij cliënten die zelfstandig wonen of in een geclusterde woonvoorziening en op deze momenten aanspreekbaar is voor vragen van cliënten, 7 dagen per week. Deze trede is alleen van toepassing in de Rijnstreek wanneer een woning bestemt voor de taak Opvang (tijdelijk) ingezet wordt voor OMW.
- Trede 2: ondersteuning die op afroep en op vaste tijden gedurende de dag (meestal ’s ochtends en ’s avonds) aanwezig is op een locatie, aanspreekbaar is voor bewoners en ondersteuning biedt bij het (samen)wonen, 7 dagen per week.
- Trede 3: ondersteuning die gedurende de hele dag (7.00 tot 23.00 uur), aanwezig is op een locatie, aanspreekbaar is voor bewoners en ondersteuning biedt bij het (samen)wonen, 7 dagen per week.
c. Veiligheid (mate van aanwezigheid in de nacht, tussen 23:00 en 07:00): gaat om de mate van oproepbaarheid/aanwezigheid van begeleiding in de nacht en weekenden (tussen 23:00 en 07:00):
- Trede 1: oproepbare ondersteuning (binnen 30 minuten aanwezig) in de nacht, 7 dagen per week
- Trede 2: aanwezigheid direct oproepbare zorgprofessional in de nacht (slapend), 7 dagen per week
- Trede 3: aanwezigheid wakkere wacht; zorgprofessional die toezicht houdt, 7 dagen per week.
d. Huisvesting: gericht op het verzorgen van de kosten van het wonen (huisvestingslasten, nutsvoorzieningen) en hotelmatige kosten (voeding, schoonmaak, was).
6. Het college legt de optelsom van de intensiteiten, de doelen die hieraan gekoppeld zijn en de duur van de benodigde opvang en/of ondersteuning vast in een integraal plan.