1.1 Doel
Parkeernormen worden gehanteerd om bij bouwplannen of wijzigingen in het gebruik de behoefte van het benodigde aantal parkeerplaatsen te bepalen. Het uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van een plan het aantal benodigde parkeerplaatsen binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de parkeerdruk niet op het openbaar gebied wordt afgewenteld en daar vervolgens tot problemen leidt.
1.2 Werkwijze parkeereis
De werkwijze en de principes die wij hanteren om de parkeereis van een ruimtelijk plan te bepalen, zijn opgenomen in hoofdstuk 2. Hieronder geven wij een toelichting op de achterliggende gehanteerde principes.
Voor de te hanteren parkeernormen is aangesloten bij de parkeerkencijfers van Nationaal kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer en openbare ruimte (CROW: Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen publicatie 381, december 2018). Deze publicatie biedt een handreiking voor bijvoorbeeld het bepalen van het aantal verkeersbewegingen die een bepaalde functie genereert maar ook voor de parkeernorm (parkeerkencijfer) die bij de functie hoort. De parkeernorm neemt daarbij af naarmate het project dichter bij het centrum ligt van een zeer stedelijk gebied en is het hoogst als het project in het buitengebied ligt van een niet stedelijk gebied. Voor elk soort gebied wordt door voornoemde CROW-publicatie per functie een bandbreedte gegeven voor de hanteren parkeernorm (minimaal - maximaal). Voor parkeergarages is de NEN 2443 van toepassing. Deze is ook van toepassing voor de garages met minder dan 20 parkeerplaatsen.
Stedelijkheidsgraad
Voor de gehele gemeente Epe is de stedelijkheidsgraad bepaald op ‘weinig stedelijk’ op basis van de adressendichtheid. Alleen het centrum van Epe en Vaassen is aangemerkt als ‘matig stedelijk’. Het centrum van Epe heeft daarnaast een bovenlokale functie als wordt gekeken naar het winkelvoorzieningenniveau en de aantrekkingskracht op bezoekers uit de regio en recreanten in het toeristenseizoen (en daarmee gepaard gaande activiteiten in het centrum).
Gemiddelde parkeernorm
Voor Epe is binnen de bandbreedte die het CROW hanteert de gemiddelde parkeernorm aangehouden. Dit is mede gebaseerd op het autobezit, fietsgebruik, de huidige praktijkervaringen en het parkeerbeleid. Voor de functie wonen is gekozen voor een verdere differentiatie dan die de CROW-norm voor wonen gebruikt. Door de differentiatie is de parkeernorm heel specifiek gemaakt met onderscheid tussen grondgebonden woningen en niet grondgebonden woningen en ingedeeld in koop, huur en sociale huur met diverse woonoppervlaktes. Hiermee is een parkeernorm voor alle type woningen beschikbaar. Voor het stallen van fietsen bij woningen is de norm in het bouwbesluit geregeld.
Het autobezit per huishouden in Epe bedraag 1,2 (2020). Dit ligt boven het landelijke gemiddelde van 0,9. In de parkeernormen wordt hier echter rekening mee gehouden door de keuze per stedelijkheidsgraad. Ook de buurgemeenten kennen een autobezit van 1,2 per huishouden (uitgezonderd de gemeente Apeldoorn (1), maar die wijkt af van de gemeente Epe qua type stedelijkheidsgraad en omvang).
Fietsgebruik: het aandeel fietsgebruik in Epe ligt rond de 30% (op afstanden tot 7,5 km) (bron: Odin: 2020-2022). Dit is overeenkomstig het landelijke gemiddelde, maar ligt lager dan omliggende gemeenten. De landelijke trend is dat het fietsgebruik toeneemt, onder andere vanwege de opkomst van de e-bike, speedpedelec etc.
De verwachting is dat het aantal inwoners binnen de gemeente Epe zal stijgen mede als gevolg van de woningbouw.
Het huidige parkeerbeleid binnen de gemeente Epe is dat er geen vormen van parkeerregulering worden toegepast in de dorpscentra en woonwijken. Vanuit het vigerende parkeerbeleid worden er geen beperkende maatregelen genomen om het autobezoek aan de centra te verminderen.
De elektrificatie van de auto’s neemt toe. Ondergronds moet hier voldoende rekening mee worden gehouden door het aanbrengen van mantelbuizen. Het uiteindelijk aantal benodigde laadplekken in de openbare ruimte is maatwerk en vergt afstemming met de gemeente. De gemeente toetst hierop evenals op het voldoende vrijhouden van het voetpad als de laadpaal aan de rand van het voetpad wordt geplaatst.
In openbare ondergrondse parkeergarages is het plaatsen van laadpalen enkel toegestaan onder strikte voorwaarden (zie bijlage 1 voor een nadere toelichting).
Fietsparkeerkencijfers
Om te bepalen wat de fietsparkeerbehoefte is en hoeveel stallingen aangelegd moeten worden, zijn fietsparkeerkencijfers ontwikkeld. De kencijfers staan los van de normen in het Bouwbesluit en andere wettelijke bepalingen. De fietsparkeerkencijfers dienen als hulpmiddel voor bijvoorbeeld het bepalen van fietsparkeernormen en zijn bedoeld voor solitaire voorzieningen. Ze zijn dus niet geschikt voor gebieden met grote menging van voorzieningen, zoals binnensteden. Aan de hand van de kencijfers is het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen voor een voorziening te berekenen.
De normen voor het stallen van de fiets zijn opgenomen in de CROW-publicatie 741: Leidraad fietsparkeren voor de normen voor het stallen van fietsen. De normen voor de fiets zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
1.3 Afwijken
In de meeste gevallen is in het kader van goede ruimtelijke ordening noodzakelijk dat het aantal parkeerplaatsen dat volgt uit toepassing van de desbetreffende parkeernorm gerealiseerd wordt en is dat ook mogelijk binnen het plangebied. Maar het komt in specifieke situaties voor dat een kleiner aantal parkeerplaatsen volstaat en dat (een deel) van de al aanwezige parkeerplaatsen in het openbaar gebied gebruikt kan worden. In die situaties kan afgeweken worden van de normstelling of de locatie-eis. Voorwaarde is wel dat er sprake is van een goede parkeerbalans in het gebied waarin het project gelegen is. Een goede parkeerbalans beoogt een evenwichtige verhouding én verdeling tussen de parkeervraag en het parkeeraanbod. Het gaat daarbij niet alleen over de totale parkeerbalans, maar ook om de verdeling van vraag en aanbod ter plekke: ofwel zijn de plekken zo toebedeeld dat dit niet leidt tot foutparkeren/te hoge parkeerdruk, doordat de ligging van de plekken niet aansluit op het feitelijke parkeergedrag. In dit plan is een regeling opgenomen die de mogelijkheid biedt om gemotiveerd af te kunnen wijken van de gestelde parkeernorm. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 3. Het parkeeronderzoek wat ter onderbouwing nodig is om gemotiveerd af te kunnen wijken van de parkeernorm dient vooraf door de gemeente te worden goedgekeurd.
1.4 Extra eisen
Het kán in incidentele gevallen ook voorkomen dat de gestelde norm te laag is. Het bestuur is dan bevoegd om extra eisen op te leggen: de 'nadere eis'. De nadere eis is vergelijkbaar met de afwijking, maar heeft een 'omgekeerde' werking: de norm wordt strenger in plaats van minder streng. Deze mogelijkheid bestaat ook voor plannen waarbij de te realiseren functies niet aansluiten op de functies zoals beschreven in de uitgave van het CROW. Het opleggen van een nadere eis zal niet vaak voorkomen, maar is gezien de grote gevolgen die een verkeerde parkeerbalans heeft voor de omgeving van een plan, gerechtvaardigd. Zeker daar dit besluit voorzien moet worden van een gedegen motivering waarbij het besluit vatbaar is voor bezwaar en beroep.