Nadere regels bij artikel 3.1 van de verordening
4.2.1 Maatwerkvoorziening vervoer
Het college kan zorg dragen voor ondersteuning in de mobiliteit wanneer inwoners onvoldoende mogelijkheden hebben om (in alle redelijkheid) contact te hebben met anderen. De inwoner kan vanwege een beperking niet of onvoldoende gebruik maken van openbaar vervoer.
Om vervoer voor inwoners die dat nodig hebben, beschikbaar en betaalbaar te houden, kijkt het college eerst of het vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief vervoer. Dit gaat altijd voor op andere individuele vervoersvoorzieningen.
Het college kan een inwoner, die niet met collectief vervoer kan reizen, of waarvoor collectief vervoer geen toereikende oplossing is, een bijdrage in de kosten geven, voor gebruik van een eigen auto;
Het college verstrekt geen vervoersvoorziening voor reizen van en naar school, betaald werk of andere zakelijke doeleinden.
Het college verstrekt geen vervoersvoorziening aan inwoners met een vervoersprobleem die een persoon buiten de directe woon- en leefomgeving wil bezoeken, tenzij:
de inwoner vanwege de beperkingen geen gebruik kan maken van de bovenregionale vervoersvoorziening voor mensen met een mobiliteitsbeperking; en
dit bezoek noodzakelijk is voor de inwoner om eenzaamheid te voorkomen of te verminderen.
4.2.2 Ondersteuning mantelzorger
Het college zorgt ervoor dat inwoners die mantelzorg geven in een zorgsituatie ondersteuning kunnen krijgen zodat zij in staat zijn om de mantelzorg vol te houden.
De ondersteuning kan inhouden dat de mantelzorg tijdelijk wordt overgedragen aan een vrijwilliger of indien nodig een professional. Dit heet respijtzorg.
4.2.3 Kortdurend verblijf - respijtzorg
Het college kan aan een inwoner een voorziening toekennen in de vorm van kortdurend verblijf in een instelling als daarmee overbelasting van de mantelzorger kan worden voorkomen of als de mantelzorger tijdelijk afwezig is.
Het college kan deze ondersteuning geven als:
de inwoner langdurig is aangewezen op meer dan gebruikelijke hulp en ondersteuning met intensief toezicht, en;
ondersteuning voor zelfredzaamheid en participatie niet voldoende oplossing biedt, en;
de inwoner voor dit verblijf geen aanspraak kan maken op een voorliggende wet, Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg.
Hoofdstuk › Paragraaf 3.
Artikel 4.2
Voorzieningen Wmo
Onderdeel van Financieel besluit en Nadere regels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2024