Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.

Artikel 4.3

Aanvullende criteria Wmo

Onderdeel van Financieel besluit en Nadere regels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2024

Nadere regels bij artikel 3.7 van de verordening 4.3.1 Afwegingskader en productenmodel Begeleiding Op basis van het onderzoek, bepaalt het college welke ondersteuning de inwoner nodig heeft. Aan de hand van drie aspecten wordt bepaald welke vorm van de beschikbare ondersteuning het beste aansluit bij de ondersteuningsvraag van de inwoner. type ondersteuning: behouden of ontwikkelen? omvang van de ondersteuningsvraag: het aantal resultaatgebieden. benodigde intensiteit van de ondersteuning: zijn er verzwarende omstandigheden? Het college bepaalt de duur van de benodigde voorziening en welke mate van casusregie nodig is. In het Plan wordt opgenomen de wijze waarop de aspecten uit lid 2 en lid 3 zijn onderzocht. Aan de hand van de bepalingen in artikel 4.3 wordt de toekenning bepaald van één van de 18 onderstaande producten, genoemd in 4.3.2 het Productmodel Individuele begeleiding. Per product hanteert het college het in Deel 2 vermelde maandtarief dat door de aanbieder bij het college kan worden gedeclareerd. In het Plan wordt het product met de daarbij horende bandbreedte aan inzetbare begeleiding gezet. Als er sprake is van een indicatie ‘lichter dan het lichtste product’ of ‘zwaarder dan het zwaarste product’ dan gelden hiervoor de vastgestelde uurtarieven, opgenomen in Deel 2 Financieel besluit. Het college hanteert bij het criterium ‘resultaatsgebieden’ het aantal gebieden dat tegelijkertijd in het begeleidingstraject kunnen worden opgepakt en zet dit in het Plan: ondersteuning op 1 tot 2 resultaatgebieden. ondersteuning op 3 tot 4 resultaatgebieden. ondersteuning op 5 tot 6 resultaatgebieden. Het college gaat bij de intensiteit in basis uit van een gemiddelde intensiteit en onderzoekt of er sprake is van verzwarende omstandigheden en zet dit in het Plan. Bij één verzwarende omstandigheid volgt de intensiteit + en bij twee of meer verzwarende omstandigheden volgt de intensiteit ++. 4.3.2 Productmodel Individuele Begeleiding (gemiddeld aantal uren per maand) 1 tot 2 resultaatgebieden 3 tot 4 resultaatgebieden 5-6 resultaatgebieden Behouden Ontwikkelen Behouden Ontwikkelen Behouden Ontwikkelen Gemiddelde intensiteit 3,3 - 4,0 4,9 - 6,0 4,9 - 6,0 7,4 -9,1 7,4 - 9,1 11,1 - 13,6 Intensiteit + 4,9 - 6,0 7,4 - 9,1 7,4 - 9,1 11,1 - 13,6 11,1 - 13,6 16,7 - 20,4 Intensiteit ++ 6,6 - 8,1 9,9 - 12,1 9,9 - 12,1 14,8 - 18,1 14,8 - 18,1 25,2 - 30,8 Afwegingskader en productenmodel – type ondersteuning De inzet van individuele begeleiding heeft als doel verbeteren van zelfredzaamheid en participatie en wordt in principe tijdelijk ingezet. Bij ‘behouden’ wordt zoveel mogelijk gewerkt aan een stabiele situatie en om achteruitgang van zelfredzaamheid en participatie te voorkomen. Bij ‘ontwikkelen’ wordt zoveel mogelijk gewerkt aan het verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie. Na ‘ontwikkelen’ kan een indicatie ‘behouden’ toegekend worden als de situatie stabiel is. Het college gaat er vanuit dat maximaal twee keer één jaar op ‘ontwikkeling’ ingezet kan worden, tenzij onderbouwd aangegeven kan worden dat de inwoner de komende periode nog grote stappen kan maken. Aantal resultaatgebieden Binnen elk resultaatgebied wordt het hele huishouden betrokken, eventuele uitwonende kinderen en mantelzorgers. Benodigde intensiteit van de ondersteuning Het uitgangspunt van de intensiteit is de ‘gemiddelde intensiteit’. Verzwarende omstandigheden zijn afhankelijk van de situatie. Het college maakt de afweging of en welke extra ondersteuning nodig is ten opzichte van andere inwoners binnen dezelfde doelgroep en in relatie tot normaal. Ook is het belangrijk dat de impact op de overige huisgenoten meegenomen wordt in de afweging. Bij verzwarende omstandigheden gaat het om factoren van de inwoner of van het huishouden die invloed kunnen hebben op de toekenning. Dit staat los van welke (of hoeveel) resultaatgebieden zijn toegekend. De verzwarende omstandigheid leidt ertoe dat de begeleiding intensiever zal zijn en er meer contactmomenten nodig zijn. Een bepaalde aandoening leidt niet per definitie tot een verzwarende omstandigheid, omdat het niet voor elke persoon precies dezelfde beperking oplevert. Ook wanneer de inwoner vanwege zijn beperking bovengemiddeld onbegrepen gedrag vertoont, dat vraagt om meer inzet, is sprake van een verzwarende omstandigheid. Omdat de situatie kan veranderen na verloop van tijd wordt bij elke (her)indicatie opnieuw de benodigde intensiteit onderzocht. Bij indicaties van 5 tot 6 resultaatgebieden, in combinatie met de behoefte van de inwoner aan 24-uurs bereikbaarheid van de begeleiding, kan het college in overweging nemen of een vorm van Beschermd Wonen, waar ook Beschermd Thuis onder valt, meer passend is. Overbruggingskosten Als een inwoner een indicatie heeft voor Beschermd Wonen dan zijn de eerste 6 uur begeleiding voor kosten van de gemeente. Mochten er meer uren per week nodig zijn dan worden deze betaald door de centrum gemeente. Bepalen van het niveau en de tijdsinzet Het college kijkt naar het gemiddelde; de intensiteit van de begeleiding kan binnen een niveau per week fluctueren. Van belang is of alle ondersteunings-vragen (bijna) tegelijk aangepakt moeten worden of dat er ruimte is om prioritering aan te brengen, waardoor ze achter elkaar aan de orde kunnen komen. Het college wint indien nodig advies in bij de aanbieder. Op basis van de indicatie van het college, stelt de zorgaanbieder in samenspraak met de inwoner een begeleidingsplan op (waarin opgenomen doelen, activiteiten, frequentie, en wat van belang is). Bij een eventuele aanvraag voor een verlenging van een indicatie evalueert het college het begeleidingsplan en beoordeelt in hoeverre de doelen behaald zijn (waarom wel/niet) en of deze aangepast moeten worden. Als bij de evaluatie blijkt dat de inwoner en zorgaanbieder, verwijtbaar niet werken aan de gestelde doelen, dan heeft het college de mogelijkheid om de inwoner te verwijzen naar een andere zorgaanbieder, dan wel de maatwerkvoorziening te wijzigen of te beëindigen. Besluit De ondersteuningsbehoefte zoals genoemd in het Plan, wordt vertaald naar het besluit. De omvang in uren, van de begeleiding wordt in bandbreedte ook in het besluit genoemd. Het Plan vormt de basis voor de opdracht aan de aanbieder. Deze gaat met de inwoner aan de slag en stelt een begeleidingsplan op. Als de aanbieder niet tot overeenstemming komt met de inwoner over het begeleidingsplan, dan wordt de consulent van het Sociaal Team betrokken en wordt in gezamenlijkheid een begeleidingsplan opgesteld. De inwoner kan in bezwaar gaan tegen het besluit aan de hand van het begeleidingsplan. De consulent van het Sociaal Team probeert een bezwaar te voorkomen door contact met de hulpverlener en de inwoner.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel