Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Aanvullende criteria voorziening Jeugd – Draagkracht, draaglast en eigen kracht

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden

1.. Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor de normale, dagelijkse hulp. Ouder(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Heeft de inwoner of ouder(s) zelf de mogelijkheid en/of het vermogen (eigen kracht) om de hulp- of ondersteuningsvraag op te lossen, dan kent het college geen voorziening toe. 2.. Als de noodzakelijke ondersteuning voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die jeugdigen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, neemt het college in zijn onderzoek de balans tussen draagkracht en draaglast mee. Het college bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de benodigde ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, op basis van de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van ouders (eigen kracht), samen met de personen die tot hun sociale netwerk behoren en beschikbare voorliggende voorzieningen. 3.. Bij de weging of sprake is van draagkracht/eigen kracht bij ouders zijn onder meer de volgende zaken in algemene zin van belang: Is de ouder in staat om de noodzakelijke hulp te bieden? Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijk hulp te bieden? Levert het bieden van de ondersteuning geen overbelasting van de ouder op? 4.. De genoemde factoren in lid 3 van dit artikel worden door het college in samenhang beoordeeld, rekening houdend met de omstandigheden van de jeugdige en het gezin. 5.. Wanneer de beslissing door het gezin is genomen om op eigen kracht hulp of ondersteuning te verlenen waarbij (een van) de ouder(s) minder betaalde arbeid is gaan verrichten en de draaglast van de hulp- of ondersteuningsvraag en de draagkracht van het gezin met elkaar in overeenstemming zijn, kent het college geen voorziening toe. 6.. Bij de weging van de draagkracht/eigen kracht is in het bijzonder van belang of een ouder door het verlenen van ondersteuning aan de inwoner niet (meer) in staat zou zijn om in het benodigde levensonderhoud van het gezin te voorzien. Bij deze weging zijn de volgende factoren van belang: Wat is de grens van de mogelijkheden van ouders? Wat is de aard van de benodigde ondersteuning en kunnen ouders deze veilig en doeltreffend leveren? Kan de ondersteuning in het belang van de inwoner het beste door de ouder(s) worden geleverd? 7.. Als een ouder door het verlenen van ondersteuning aan de inwoner niet in staat is om daarnaast nog in het levensonderhoud van het gezin te voorzien door de ondersteuning die de inwoner nodig heeft, kan het college besluiten om een voorziening in te zetten. 8.. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het onderzoek naar de balans tussen draagkracht en draaglast en de uitwerking daarvan.

Rechtspraak bij dit artikel