Definities
Met de ingang van de Omgevingswet op 1 januari 2024 behoort het bestemmingsplan tot de verleden tijd en is het tijdelijk omgevingsplan voor de gemeente Leusden in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het tijdelijk omgevingsplan behoort ook sommige terminologie tot de verleden tijd. Na grondige overweging en gesprekken met zowel vergunningverleners als beleidsmakers is ervoor gekozen om in deze transitiefase een aantal definities te hanteren die onder het huidige omgevingsplan officieel niet meer geldig zijn maar officieus nog steeds gebruikt worden. Hiervoor is gekozen om de positionering van kleinschalige zonnestroomsystemen ruimtelijk zo goed mogelijk te kunnen definiëren.
Zowel officieel niet meer geldende en huidige terminologie wordt voor de volledigheid in zijn geheel opgenomen in deze lijst van definities.
Achtererfgebied
het achtererfgebied bevindt zich achter de virtuele lijn die evenwijdig aan de straat of stoep loopt die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorgevel. De definitie wordt onder andere gebruikt om te bepalen waar iets vergunningsvrij gebouwd mag worden.
Bebouwingsgebied
het bebouwingsgebied bestaat uit het achtererfgebied plus de grond onder het hoofdgebouw en toegevoegde aan- en uitbouwen, met aftrek van de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw. De grond die onder later aan het hoofdgebouw toegevoegde aan- en uitbouwen ligt telt mee. De definitie wordt gebruikt voor het bepalen van de maximale oppervlakte waarop gebouwd mag worden.
Bouwperceel
een aaneengesloten stuk (agrarische) grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten.
Bouwblok
een in een omgevingsplan vastgelegde ruimtelijke eenheid, waarbinnen de bebouwing ten behoeve van een bestemming dient te worden geconcentreerd.
Bouwvlak
een duidelijk omlijnd stuk grond (vlak) binnen de betreffende, niet-agrarische, bestemming waar volgens de bouwregels van het omgevingsplan in gebouwd mag worden.
Cultuurhistorische waarde
sporen, objecten en structuren die onderdeel uitmaken van de fysieke leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling.
Landschappelijk inpasbaar
het inpassen van plannen in het landschap, door rekening te houden met het landschap in de directe omgeving en landschappelijke kwaliteiten en waarden.
Niet-agrarisch
de functies wonen, horeca, bedrijven, maatschappelijk, detailhandel.
Voorgevelrooilijn
de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing.
Zonneladder
de zonneladder is een prioritering van locaties die geschikt zijn voor de plaatsing van installaties voor de opwekking van zonne-energie.