**3.6.1.** Artikel 1:8 van de APV
**4.6.1.** Afwegingen ten aanzien van meldingen
**5.6.1 .** Eindtijden
**6.6.1.** Maximumstelsel
**7.6.1.** Risicowedstrijden
**8.6.1.** Selectiecriteria voor circussen
**9.6.1.** Kermissen
**10.6.1.** Wet BIBOB
In artikel 1:8 van de APV zijn de weigeringsgronden opgenomen waarop een vergunning of ontheffing geweigerd kan worden. Een vergunning of ontheffing kan geweigerd worden in het belang van:
de openbare orde;
de openbare veiligheid;
de volksgezondheid;
de bescherming van het milieu.
In artikel 2:25 van de APV zijn geen aanvullende weigeringsgronden opgenomen. Het is daarom alleen toegestaan een aanvraag voor een evenement aan de belangen genoemd in artikel 1:8 van de APV te toetsen.
De burgemeester heeft op grond van artikel 2:25, lid 5 APV de mogelijkheid om een gemeld evenement te verbieden, indien door het houden van het evenement de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
Bij de besluitvorming of een gemeld evenement verboden wordt, worden de volgende onderdelen meegewogen:
ervaringen uit het verleden bij eerdere edities van het evenement;
ervaringen uit het verleden bij gelijksoortige evenementen;
de verwachting dat door het evenement geluidsoverlast zal ontstaan;
de verwachting dat door het evenement de openbare orde zal worden verstoord;
de verwachting dat door het evenement dat gevaar of schade ontstaat voor personen, roerende of onroerende zaken;
de verwachting dat hetgeen vermeld staat op het meldingsformulier niet overeenkomstig de werkelijkheid zal zijn.
Het gemelde evenement kan in ieder geval verboden worden indien voor de gemelde locatie of in de directe nabijheid ervan een aanvraag voor een evenementenvergunning in is gediend of een vergunning is verleend. Ook voor een melding waarvoor op een eerder tijdstip en voor dezelfde data een melding is ontvangen voor een ander evenement dat geen directe relatie of samenhang heeft met het gemelde evenement kan het gemelde evenement worden verboden.
Indien de indicatie bestaat dat één van de bovengenoemde situaties van toepassing is, dan wordt ter voorbereiding van de besluitvorming hierover de melder mondeling gehoord. Het horen vindt niet plaats indien er een periode is van minder dan twee werkdagen tussen het moment van de indicatie dat het evenement mogelijk verboden dient te worden en het geplande tijdstip van het evenement.
De melder heeft na het verbod (voor zover de termijnen dit toestaan) de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen voor een evenementenvergunning.
Onder eindtijden wordt verstaan het tijdstip waarop:
Het gebruik van geluidsversterkende apparatuur (o.a. levende of mechanische muziek) tijdens het evenement uiterlijk moet zijn beëindigd; en
De tapinstallatie uiterlijk moet zijn uitgeschakeld (tap dicht) en geen drank meer wordt verstrekt.
De burgemeester stelt de volgende eindtijden voor evenementen vast:
Voor A-evenementen geldt een eindtijd van 23:30 uur;
Voor B- en C-evenementen geldt een eindtijd van 00:30 uur.
De bezoekers van het evenement krijgen de gelegenheid geleidelijk te vertrekken binnen een half uur na dit tijdstip. De evenementenorganisator is verantwoordelijk voor een rustig en geleidelijk vertrek van de bezoekers van het terrein.
Bij meerdaagse evenementen is het niet toegestaan activiteiten uit te voeren tussen de van toepassing zijnde eindtijd en 08.00 uur.
Bij vaststelling van dit beleid is opnieuw gekeken naar de druk die bepaalde evenementen leggen op de omgeving.
In de gemeente Epe zijn er vier gebieden waar meer evenementen worden georganiseerd dan de overige delen. Voor deze gebieden worden in dit beleid daarom aanvullende maatregelen genomen teneinde een goede balans te vinden tussen de belangen van de verschillende belanghebbenden. Dit zijn de volgende vier gebieden:
Epe Centrum
Epe Loeffpark
Vaassen Centrum
Vaassen Cannenburch
De volgende soorten evenementen worden daarmee beschouwd als evenementen die voor overlast kunnen zorgen:
B- en C-evenementen;
Evenementen waarbij muziek ten gehore wordt gebracht met behulp van geluidsversterkende apparatuur of waarbij de hoofdwegen (Dorpsstraat in Vaassen of Hoofdstraat in Epe) voor ten minste twee uur onttrokken worden aan het verkeer
In het vervolg van dit document duiden we de evenementen die voldoen aan deze criteria aan met de term ‘overlastgevend evenement’.
Om een goede balans te vinden tussen het organiseren van evenementen enerzijds en het beperken van overlast anderzijds worden binnen de evenementengebieden de volgende maatregelen genomen:
Maximum aantal evenementendagen waarop de evenementen eindigen voor 21:00 uur (hierna: maximum aantal evenementendagen);
Maximum aantal evenementendagen waarop de evenementen eindigen na 21:00 uur (hierna: maximum aantal evenementendagen na 21:00 uur);
Een evenementendag is een dag waarop een overlastgevend evenement plaats vindt in één van de vier evenementengebieden;
Een evenementendag waarop de evenementen eindigen na 21:00 uur is een dag waarop een overlastgevend evenement plaats vindt in één van de vier evenementengebieden met een eindtijd later dan 21:00 uur. Daarbij is gekeken naar de aangevraagde evenementen in 2016 en 2017 die na 21.00 uur eindigden.
In onderstaande tabel is per evenementengebied het maximum aantal evenementendagen weergegeven.
Evenementengebied
Maximum aantal evenementendagen
Waarvan evenementendagen na 21:00 uur
Epe Centrum
40
18
Epe Loeffpark
30
18
Vaassen Centrum
35
14
Vaassen Cannenburch
20
2
Ter verduidelijking Epe Centrum kent 40 evenementendagen, waarvan 18 evenementendagen na 21:00 uur. Er is dan nog ruimte voor 22 evenementendagen waarop de evenementen voor 21:00 uur eindigen.
Hardheidsclausule
Daarnaast kan de burgemeester besluiten af te wijken van het maximum aantal per evenementengebied toegestane evenementendagen. Dit kan slechts indien sprake is van een gebeurtenis met grote maatschappelijke impact op nationaal of lokaal niveau waarvan het desbetreffende evenement een gevolg is. De burgemeester besluit pas tot het gebruik maken van de hardheidsclausule nadat hij het college heeft geconsulteerd.
De afbakening van de gebieden waarop deze maxima van toepassing zijn, is terug te vinden in bijlage II t/m V van dit beleid.
Loting
Evenementen die beschikken over een meerjarenvergunning voor een specifieke locatie of die in de afgelopen zes jaar ten minste drie keer zijn georganiseerd op die locatie hebben voorrang bij het bepalen van de invulling van het voor het betreffende gebied geldende maximum aantal dagen.
De dagen die na selectie van deze evenementen nog vrij zijn kunnen worden ingevuld door overige evenementen.
Uitvoering van de loting
Evenementenorganisaties dienen een volledige aanvraag in voor 1 februari van het jaar waarin het evenement plaats vindt, als zij een evenement organiseren in een gebied waarbinnen het maximumdagenstelsel van toepassing is en dat volgens dit beleid als overlastgevend evenement aangemerkt kan worden.
Is de vraag naar evenementendagen groter dan het nog beschikbare aantal dagen voor dat gebied dan wordt een openbare loting gehouden. Alleen aanvragen die vóór 1 februari van het jaar waarin het evenement plaats vindt volledig in zijn gediend worden bij de loting betrokken.
Aanvragen van evenementen die na 1 februari worden ingediend voor overige evenementen worden in behandeling genomen indien er nog ruimte bestaat binnen het maximumstelsel of indien het een niet-overlastgevend A-evenement betreft. Is dit niet het geval, dan worden deze buiten behandeling gesteld.
Door lokale voetbalverenigingen worden wedstrijden georganiseerd tegen betaald voetbal organisaties (BVO’s) uit binnen- en buitenland. Ook komt het voor dat in Epe wedstrijden worden georganiseerd tussen twee BVO’S.
In bepaalde gevallen kunnen deze evenementen een risico vormen voor verstoring van de openbare orde en veiligheid. Het houden van een wedstrijd tegen een BVO (binnenlandse en buitenlandse) wordt aangemerkt als een evenement.
Bij de aanvraag en verlening van evenementenvergunningen op grond van artikel 2:25 van de APV voor voetbalwedstrijden tussen lokale voetbalverenigingen en BVO’s uit binnen- en buitenland gelden de volgende beleidsuitgangspunten:
Nadat een vergunning is verleend, kan de burgemeester tot 1 uur voor het aanvangstijdstip van de voetbalwedstrijd de vergunning intrekken, als uit door de burgemeester te beoordelen informatie blijkt dat het evenement een hoog risico vormt voor verstoring van de openbare orde en veiligheid;
Bij het verlenen van een vergunning worden voorschriften gesteld ten aanzien van de wijze waarop het toezicht is georganiseerd;
Jaarlijks worden, net als bij elke andere gemeente, bij de gemeente Epe meerdere aanvragen ingediend voor een “speelvergunning” door diverse circussen. Een gemeente kan op basis van de ingediende aanvragen besluiten welke circussen in aanmerking komen voor een evenementenvergunning en welke niet. Het huidige maximum is 1 circus voor Epe en 1 voor Vaassen. De circussen mogen niet in dezelfde periode gehouden worden.
Een aanvraag evenementenvergunning voor een circus dient te bevatten:
een volledig ingevuld evenementenaanvraagformulier;
de periode van optreden;
een zogenaamd circus- c.q. bouwboek waarin alle technische gegevens van de tent, installaties, stoelenplan, etc. staan vermeld;
een overzicht van plaatsen waar het afgelopen seizoen is gespeeld.
Aanvragen die in de loop van een jaar voor een volgend jaar binnenkomen, zullen vooralsnog worden afgedaan door middel van de mededeling dat een beslissing hierover voor 1 januari van het jaar van optreden zal worden genomen. Bij de toewijzing wordt de beschikbaarheid van het terrein en het aantal evenementen in dezelfde periode meegewogen.
De uiterlijke indieningsdatum voor het aanvragen van een speelvergunning is 30 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de optredens plaatsvinden.
Bij de keuze uit de aanvragen worden de volgende selectiecriteria gehanteerd:
Circussen die in de voorafgaande drie jaren een speelvergunning hebben gekregen, dingen voor het jaar daarop niet mee en worden terzijde gelegd, tenzij er onvoldoende aanvragen zijn ingediend die voldoen aan de overige selectiecriteria;
De gevraagde periode en locatie;
Ervaringen van voorgaande jaren;
Ervaringen van andere gemeenten;
Het circus moet voldoen aan de gedragscode van de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO);
De aanvraag dient compleet te zijn ingediend.
Bij gelijke geschiktheid op grond van de selectiecriteria is een loting doorslaggevend bij de keuze uit de aanvragen.
Indien een loting plaatsvindt, worden de circussen die in aanmerking komen voor de loting hierover geïnformeerd na 30 september. De loting vindt plaats tussen 1 november en 1 december. De loting is openbaar.
De aan de loting deelnemende circussen dienen binnen een termijn van twee weken na het informeren dat de loting plaatsvindt aan te geven of zij deel willen nemen aan de loting. Indien besloten wordt deel te nemen aan de loting, dan zijn leges verschuldigd.
Vóór 1 januari van het nieuwe kalenderjaar wordt de beslissing aan de circussen meegedeeld.
Het maximaal aantal dagen van een speelvergunning is vijf. Dit voorschrift is opgenomen ter beperking van de mogelijke overlast voor de woon- en leefomgeving;
Bij niet naleving van de voorschriften of de namens het bevoegd gezag gegeven aanwijzingen, dan wel bij geconstateerd wangedrag wordt een circus voor maximaal twee jaar uitgesloten van inschrijving;
Besloten circusvoorstellingen waar geen entreegelden worden geheven ten behoeve van speciale doeleinden, zoals tijdens bedrijfsfeesten en kleine circusvoorstellingen in scholen, vallen buiten dit circusbeleid.
Voor kermissen kunnen in de kernen Epe en Vaassen per jaar maximaal twee vergunningen per kern worden afgegeven. Voor de kermissen geldt een maximum aantal draaidagen van drie en niet op zondagen. Het Marktplein in Epe en het Marktplein in Vaassen zijn aangewezen als locaties voor het houden van twee kermissen per jaar.
De beoordeling van veiligheid van installaties, die vallen onder het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) behoort tot de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Daartoe behoren ook kermisattracties.
Vanaf 25 mei 2016 is het verplicht dat alle attracties beschikken over een WAS-certificaat, ook attracties afkomstig uit het buitenland.
Daarnaast wordt aan de hand van situatietekening(en) op schaal beoordeeld of sprake is van een voor bezoekers veilige situatie.
Met de Wet Bibob beschikken gemeenten over een middel om te voorkomen dat de overheid ongewild criminaliteit faciliteert. Indien er ernstig gevaar bestaat dat een vergunning wordt gebruikt om wederrechtelijk verkregen vermogen wit te wassen of strafbare feiten te plegen, dan kan de gemeente de vergunningaanvraag weigeren of de verleende vergunning intrekken.
Op grond van artikel 7, eerste lid Wet Bibob kan een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf worden geweigerd of ingetrokken bij ernstig gevaar zoals bedoeld in artikel 3 Wet Bibob. Ook een vergunning voor het organiseren van een evenement valt onder het toepassingsbereik van de Wet Bibob.
Bij het toepassen van de Wet Bibob op een evenementenvergunning zijn onder meer de volgende stappen van belang:
Het evenement dient op grond van de APV vergunningplichtig te zijn;
De gemeente kan onderbouwen dat de specifieke tak van evenementen vatbaar is voor criminele beïnvloeding, bijvoorbeeld door middel van een bestuurlijke rapportage van de politie;
Bij voorkeur neemt de gemeente de specifieke evenementen op in de Bibob beleidslijn. In sommige gevallen kan het aanbeveling verdienen om op voorhand met de branche in overleg te gaan en voorlichting te geven over de Wet Bibob;
Voordat wordt overgegaan tot het toepassen van de Wet Bibob, verricht de gemeente eerst een eigen onderzoek ten aanzien van de vergunningaanvrager. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij de levensgedrag toets zoals die wordt toegepast in de horecasector;
De gemeente kan dan overgaan tot toepassing van de Wet Bibob, bijvoorbeeld door het uitreiken van de Bibob-vragenlijst aan de vergunningaanvrager of het aanvragen van een advies bij het Landelijk Bureau Bibob.
Het al dan niet van toepassing zijn van de Wet Bibob op evenementen wordt vastgelegd in het Bibob-beleid van de gemeente Epe.
Onafhankelijk van het Bibob-beleid zal de burgemeester op het moment dat de officier van justitie gebruik maakt van de “tipfunctie”, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, overgaan tot het toepassen van de Wet Bibob bij vergunningen zoals bedoeld in artikel 2:25, lid 1 van de APV.