Het is verboden alcoholhoudende drank, lachgas of geluidsapparatuur voorhanden te hebben in de door de burgemeester aangewezen gebieden, met uitzondering van woningen en bijbehorende erven. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde tijdvakken.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.16d
Alcohol, lachgas en geluidsapparatuur
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008