Naast de in het tweede lid opgenomen regeling voor het instellen van een alcoholverbod op daartoe aangewezen plaatsen, bestaat behoefte aan een bepaling die zich richt tegen hinderlijk drankgebruik in het algemeen in de openbare ruimte. Op grond van het eerste lid kan dan ook worden opgetreden tegen drankgerelateerde overlast die niet tot bepaalde plaatsen beperkt is, of waarvoor het instellen van een absoluut verbod op het gebruik en bezit van alcohol vooralsnog een te zwaar middel is. Hierbij kan worden gedacht aan gevallen van hinder door op straat drinkende toeristen, aan geluidsoverlast door overmatig drankgebruik op pleziervaartuigen, of aan overlast door overloopeffecten uit gebieden waar een alcoholverbod van kracht is.
Op grond van het tweede lid kunnen wegen en weggedeelten worden aangewezen waar het verboden is alcoholhoudende drank te nuttigen, of aangebroken flessen en blikjes met dergelijke drank bij zich te hebben. Deze bepaling richt zich op de aanpak van problemen op plaatsen waar groepen alcoholverslaafden, zwervers, hangjongeren et cetera structureel met alcoholgebruik samenhangende overlast veroorzaken, zoals luid praten en schreeuwen, lastig vallen en intimideren van voorbijgangers, onderlinge ruzies en vechtpartijen, vervuiling van de omgeving, wildplassen en dergelijke.
Op een in het aangewezen gebied gelegen terras van een horecabedrijf geldt het alcoholverbod uiteraard niet.
Met toepassing van het vierde lid kunnen incidentele uitzonderingen op het alcoholverbod worden gemaakt, bijvoorbeeld voor het houden van een evenement in een park waar dit verbod normaliter van kracht is.
Op grond van het vijfde lid heeft de burgemeester de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waarin het verboden of aan beperkingen onderworpen is voor detailhandel en slijterijen om alcohol te verkopen gedurende een door de burgemeester vastgestelde periode van tijdelijke aard. De bevoegdheid geldt niet ten aanzien van horecagelegenheden.
In het verleden zijn afspraken gemaakt met de branche om de alcoholverkoop gedurende bepaalde evenementen te verminderen. Deze afspraken om slechts een beperkt aantal eenheden alcohol per persoon te verkopen (en niet per sixpack), konden echter niet dwingend worden opgelegd. Daarbij golden de afspraken niet voor de kleinere, niet-georganiseerde winkels. Dat leidde tot de scheve situatie dat in supermarkten slechts een beperkt aantal eenheden verkocht werd, terwijl kleinere winkels wel sixpacks bleven verkopen. Met deze nieuwe bevoegdheid wordt onder andere beoogd om in situaties waarin dergelijke afspraken met de branche worden gemaakt, gelijke omstandigheden te scheppen (level playing field). Daarnaast kan overmatig alcoholgebruik grote invloed hebben op (het gevoel van on)veiligheid. Om deze reden is het van belang dat de burgemeester voortaan de mogelijkheid heeft beperkingen op te leggen aan de gehele detailhandel en alle slijterijen in een bepaald gebied.
De bevoegdheid om beperkingen te stellen aan de verkoop in een bepaald gebied (denk aan het verbod op de verkoop van sixpacks) is bedoeld voor uitzonderingssituaties en zal slechts gelden voor een beperkte periode, bijvoorbeeld voor (een gedeelte van) de duur van een risicovol evenement. Voor gebruik van deze bevoegdheid kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een zeer risicovolle voetbalwedstrijd. De beperkingen gelden alleen voor een beperkt gebied, bijvoorbeeld het gebied waar het evenement plaatsvindt of de supporters zich ophouden.
Van de mogelijkheid alcoholverkoop tijdelijk geheel te verbieden (voor waar het detailhandel en slijterijen betreft) zal slechts in zeer extreme situaties gebruik worden gemaakt, met name in die gevallen waarin het praktisch onmogelijk is om afspraken te maken of beperkingen te handhaven. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer op heel korte termijn - bijvoorbeeld met behulp van social media - een gevaarlijke situatie dreigt te ontstaan in de openbare ruimte (bijvoorbeeld door illegale evenementen of samenkomsten die uit de hand dreigen te lopen).
De burgemeester zal kortom zeer terughoudend van beide bevoegdheden gebruik moeten maken, gelet op het vergaande karakter van de maatregel en het belang van ondernemers om hun zaak te exploiteren.
Ten overvloede zij nogmaals opgemerkt dat de bevoegdheden dus niet zien op een beperking van de verkoop van alcohol door de horeca.
De bevoegdheid is gebaseerd op artikel 25a, eerste lid, en 25c van de Alcoholwet.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.17
Hinderlijk gebruik van drank
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008