**1..** De burgemeester weigert een vergunning als:
- - het escortbedrijf wordt gevestigd in een voor het publiek toegankelijk gebouw, behalve wanneer het een prostitutiebedrijf betreft waarvoor op grond van artikel 3.27, eerste lid, vergunning is verleend;
- - het escortbedrijf wordt gevestigd in een prostitutiebedrijf dat met toepassing van artikel 2.10 of artikel 3.37 van deze verordening dan wel artikel 13b van de Opiumwet is gesloten;
- - het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking als bedoeld in artikel 30 van de Huisvestingswet is verleend, of
- - de exploitant of de leidinggevende niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 3.29 gestelde eisen.
**2..** De burgemeester kan een vergunning weigeren als:
- - naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van het escortbedrijf of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het escortbedrijf;
- - naar zijn oordeel onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant of de leidinggevende het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.30 of 3.31 zal naleven;
- - naar zijn oordeel het bedrijfsplan onvoldoende garanties geeft voor de bescherming van de in het escortbedrijf werkzame prostituees of niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 3.28 gestelde regels;
- - een eerdere vergunning voor de exploitatie van een escortbedrijf of prostitutiebedrijf is geweigerd of ingetrokken.
**3..** Bij de toepassing van de in het tweede lid, onder a, genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:
- - het karakter van de straat en de wijk waarin het escortbedrijf is gelegen of zal zijn gelegen;
- - de aard van het escortbedrijf en de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse blootstaat en
- - bijzondere gebruiksfuncties in de omgeving van het escortbedrijf die zich niet verdragen met de aanwezigheid van het bedrijf.