De burgemeester kan de vergunning intrekken als:

  • - het bepaalde in de Wet op de kansspelen wordt overtreden;
  • - in de speelgelegenheid strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de veiligheid of de orde in of om de speelgelegenheid;
  • - het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3.56 onvoldoende garanties geeft dat de Wet op de kansspelen niet zal worden overtreden;
  • - in strijd wordt gehandeld met hetgeen de exploitant in het bedrijfsplan heeft opgenomen;
  • - de openbare orde of het woon- en leefklimaat door de aanwezigheid van de speelgelegenheid wordt verstoord of benadeeld;
  • - de exploitant of leidinggevende niet langer voldoet aan de in artikel 3.57, onder a en b gestelde eisen;
  • - de exploitant of leidinggevende het in artikel 3.59 bepaalde niet of onvoldoende nakomt of
  • - de exploitant of leidinggevende het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt.