In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • - parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen;
  • - voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1.1, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen.