Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.9

Verblijfsverbod

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008

1.. Degene die in een op grond van artikel 2.8, eerste lid, aangewezen overlastgebied: artikel 2.2, eerste lid; artikel 2.5, eerste lid; artikel 2.7, eerste of tweede lid; artikel 2.8, tweede lid; artikel 2.12, eerste lid; artikel 2.18; artikel 2.21 overtreedt of harddrugs koopt of verkoopt; geweldsdelicten pleegt of diefstallen uit auto’s op of aan de weg pleegt of openlijk wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft, is verplicht zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van 24 uur niet meer te bevinden, wanneer de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 2.. De verplichting om zich onmiddellijk uit een overlastgebied te verwijderen en zich daar niet meer te bevinden geldt, wanneer de burgemeester een daartoe strekkend bevel heeft gegeven: voor de duur van 14 dagen, als aan de betrokkene voor dat overlastgebied binnen een periode van zes maanden drie maal een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven; voor de duur van een maand, als de betrokkene in dat overlastgebied binnen een jaar nadat hem een bevel als bedoeld in onderdeel a is gegeven, opnieuw een van de in het eerste lid genoemde gedragingen pleegt; voor de duur van drie maanden, als de betrokkene in dat overlastgebied binnen een jaar nadat hem een bevel als bedoeld in onderdeel b is gegeven, opnieuw een van de in het eerste lid genoemde gedragingen pleegt; voor de duur van drie maanden, als de betrokkene in dat overlastgebied binnen een jaar nadat hem een bevel als bedoeld in onderdeel c is gegeven, opnieuw een van de in het eerste lid genoemde gedragingen pleegt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel