Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.9A

Verblijfsverbod dealers

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008

1.. Diegene die in een op grond van artikel 2.8, eerste lid, aangewezen overlastgebied zich op of aan de weg ophoudt waarbij aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet en/of daarop gelijkende waar te verkopen of te koop aan te bieden en antecedenten heeft op het gebied van het verkopen of te koop aanbieden van drugs en/of daarop gelijkende waar is verplicht zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van drie maanden niet meer te bevinden, wanneer de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 2.. De burgemeester kan aan diegene aan wie eerder een verbod als genoemd in het eerste lid is gegeven en die binnen een periode van een jaar opnieuw de in dat lid genoemde bepaling overtreedt, een verbod opleggen om zich gedurende een tijdvak van maximaal zes maanden in dat overlastgebied te bevinden. 3.. Diegene aan wie een verbod is opgelegd als bedoeld in tweede lid, is verplicht zich onmiddellijk uit het aangewezen overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van het verbod niet meer te bevinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel