Gebiedsontwikkelingen gaan gepaard met risico’s. Ze kennen vaak een lange looptijd en er zijn diverse partijen met verschillende belangen bij betrokken. Aan de start van een ontwikkeling is het dan ook van groot belang dat we zoveel mogelijk risico’s goed in beeld brengen. Enerzijds om maatregelen te kunnen nemen om het risico te beheersen, anderzijds om te bepalen hoe groot de impact van risico’s kan zijn als deze zich toch voordoen. Dit wegen we mee in de besluitvorming over het project. Gedurende de hele planperiode is risicomanagement (inventariseren, beheren en evalueren van de risico’s) een vast onderdeel. De risico’s worden jaarlijks gerapporteerd in de Paragraaf Grondbeleid en in de Paragraaf Weerstandsvermogen Risicobeheersing van de begroting en jaarrekening. Om te bepalen hoe groot de financiële gevolgen van de risico’s voor een grondexploitatie zijn, gebruiken we de Monte Carlo analyse.
Een grondexploitatie is de “expert judgement” van een bepaald moment; een raming van de kosten, opbrengsten en fasering van een gebiedsontwikkeling op basis van een ruimtelijk plan en de overige - op dat moment - beschikbare informatie. Naarmate de tijd verstrijkt en een plan verder uitgewerkt wordt, blijkt echter dat deze ramingen gaandeweg het proces om aanpassing vragen. Dit kan komen door veranderingen op de vastgoedmarkt, prijswijzigingen, latere/eerdere afzet van woningen en bedrijfskavels dan geraamd etc. In een Monte Carlo analyse worden zulke veranderingen in wisselende samenstellingen gesimuleerd (scenario’s).
Naast de grondexploitaties hebben we ook warme gronden. Dit zijn gebieden waar we nog geen vastgestelde grondexploitatie voor hebben maar wel een stellig voornemen (raadsbesluit) om tot ontwikkeling over te gaan. Voor deze gebieden worden, voor zover mogelijk, haalbaarheidsonderzoeken opgesteld. De uitkomsten van deze haalbaarheidsonderzoeken worden binnen het grondbedrijf verwerkt. De gronden waarvoor geen haalbaarheidsonderzoek aanwezig is, worden jaarlijks getaxeerd door een externe deskundige. Als de taxatiewaarde, verkrijgingwaarde (oorspronkelijk aankoopbedrag) of het haalbaarheidsonderzoek ten opzichte van de huidige boekwaarde per 1 januari van het desbetreffende jaar negatief is, wordt er een voorziening voor dat gebied gecreëerd. Deze voorziening komt ten laste van de Reserve Bouwgrondexploitatie.
Over de voorzieningen van bouwgronden in exploitatie wordt rente ontvangen en verwerkt in het Meerjaren Perspectief (MJP).
Als er geen raadsbesluit aanwezig is met betrekking tot omvang en planperiode van de te ontwikkelen gronden, dan dienen de gronden te worden opgenomen als voorraad overige grond- en hulpstoffen. Deze gronden worden jaarlijks getaxeerd door een externe deskundige. Als de marktwaarde of de verkrijgingprijs (de laagste waarde is van toepassing) lager is dan de boekwaarde wordt voor dit verschil een voorziening getroffen. Deze voorziening komt ten laste van de Reserve Bouwgrondexploitatie.
Iedere twee jaar wordt er een externe deskundige voor taxatie benoemd op basis van een onderhandse meervoudige aanbesteding. De externe deskundige kan niet voor een opvolgende periode worden benoemd.