De grondexploitatie is het huishoudboekje voor de gebiedsontwikkeling. De kosten voor verwerving, beheer, planontwikkeling en aanleg van de openbare voorzieningen worden afgezet tegen de te realiseren opbrengsten in de vorm van uitgifte van bouwrijpe grond. Deze kosten en opbrengsten worden gefaseerd in de tijd, waarna de invloed van rente en inflatie wordt berekend. Via de grondexploitatie worden de budgetten en fasering bewaakt.
De grondexploitaties worden jaarlijks, per 1 januari, herzien en vastgesteld. De resultaten van deze herzieningen worden verwerkt in de jaarrekening. In de jaarlijkse Nota Grondprijzen staan voor wat betreft de grondprijzen de kaders voor de te actualiseren (en nieuw op te stellen) grondexploitaties. Omdat grondexploitaties een meerjarig karakter hebben, wordt hierin een gematigde tendens gevolgd zodat schommelingen van de parameters (kostenstijging, opbrengststijging en rente) in de loop van de tijd kunnen worden opgevangen. Voor een geprognosticeerd verlies wordt een voorziening getroffen ten laste van de Reserve Bouwgrondexploitatie. Indien er gedurende het jaar ontwikkelingen zijn die van invloed zijn op de uitkomsten van een grondexploitatie wordt dit tussentijds ook gerapporteerd. Dit kan zijn via de bestuursrapportage, voor wat betreft bedrijventerreinen of via de voortgangsrapportage versnelling woningbouw voor wat betreft woningbouwexploitaties.
De traditionele grondexploitatie berekent de waarde creatie van de bouwrijpe grond. De periode en planning zijn in deze grondexploitatie over het algemeen redelijk afgebakend (maximaal 10 tot 15 jaar), waardoor het saldo vooraf met redelijke mate van zekerheid kan worden bepaald.