Voor opheffing van een sluiting van een lokaal zijn in ieder geval de volgende vijf aspecten, die in onderling verband en samenhang moeten worden gezien, van belang:
De aanleiding van de bestuurlijke maatregel (de feiten en omstandigheden) en de vrees voor herhaling;
bijvoorbeeld indien er sprake is van een zeer bijzondere nieuwe omstandigheid.
De openbare orde-situatie in een lokaal en de directe omgeving en de tijd die nodig is om de rust en orde in de buurt te herstellen;
bijvoorbeeld wanneer er redenen zijn aangevoerd waaruit blijkt dat de termijn die noodzakelijk wordt geacht om het signaal dat aan de buitenwereld te geven dat de openbare orde hersteld is, beter is gediend met een eerdere heropening.
Het type lokaal;
hierbij spelen onder andere het karakter of de uitstraling van de zaak en het type bezoeker een rol bij de mate waarin er vertrouwen bestaat dat de openbare orde langdurig wordt hersteld. Onder andere afhankelijk van het type lokaal wordt gekeken welke maatregelen noodzakelijk worden geacht om de openbare orde te herstellen.
De afspraken tussen de burgemeester en de belanghebbende met betrekking tot het beheer van het te heropenen lokaal;
bijvoorbeeld wanneer in toekomstige huurovereenkomsten zaken worden opgenomen zoals een ‘drugsclausule’ en afspraken over periodieke inspecties/controles van het gehuurde. Daarnaast kan een betere aanpak van de screening van nieuwe huurders een rol spelen.
Het vertrouwen van de burgemeester dat deze afspraken ook zullen worden nagekomen;
De burgemeester dient ervan overtuigd te zijn dat de mate van verwijtbaarheid van de belanghebbende niet in de weg staat aan heropening. Indien de eigenaar/verhuurder een vermoeden van drugshandel zelf heeft gemeld bij de politie en/of gemeente, kan er (afhankelijk van de omstandigheden van het geval) sprake zijn van een verminderde verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.5
Artikel 4.5.2.
Lokalen
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Diemen