Voorts is voor het opheffen van een sluiting van woningen en lokalen ook de bereidheid en de bekwaamheid van een belanghebbende om aantoonbaar en daadwerkelijk maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen van belang. Bij een horeca inrichting kan hierbij onder meer gedacht worden aan herinrichting van het bedrijf c.q. de bedrijfsvoering, verscherping van het toelatingsbeleid en het aannemen van (ander) personeel. Dit wordt over het algemeen vastgelegd in een veiligheidsplan. Bij woningen, maar ook bij lokalen, kan de bereidheid en bekwaamheid van de eigenaar/verhuurder blijken uit de ontbinding van de huurovereenkomst van de huurder en een concept huurovereenkomst met een potentieel nieuwe huurder die volledig en zorgvuldig gescreend is.
Ook als er zich een nieuwe huurder/ondernemer of pandeigenaar aandient, zal beoordeeld worden (onder andere aan de hand van een bedrijfsplan) of het nieuwe bedrijf en de wijze van bedrijfsvoering voldoende vertrouwen geeft dat de openbare orde duurzaam wordt hersteld.
Verder is van belang dat een eigenaar/verhuurder kan aantonen:
Dat de eigenaar/verhuurder bij het aangaan van een huurovereenkomst inspanningen heeft gepleegd om gebruik van het pand in strijd met het opiumbeleid te voorkomen (middels een clausule in de huurovereenkomst);
Dat de eigenaar/verhuurder actief en regelmatig toezicht heeft gehouden op het gebruik van het pand (en van deze controles een rapport kan overleggen);
Dat de eigenaar/verhuurder, na het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs in het pand, uit eigen beweging actie heeft ondernomen om de negatieve effecten daarvan op de openbare orde en de woon- en leefomgeving weg te nemen en voldoende maatregelen heeft getroffen om het risico op herhaling van verstoring van de openbare orde door illegaal gebruik van het pand voor drugshandel te verkleinen.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.5
Artikel 4.5.3.
Verwachtingen van de eigenaar/verhuurder
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Diemen